Spanning en ontspanning tijdens onze laatste reisweek

We kunnen het niet ontkennen: de laatste reisweek was toch wat spannender dan verwacht, omdat de situatie overal ter wereld zo snel verandert sinds de uitbraak van het coronavirus.  Het is bijna niet voor te stellen dat dit woord, dat het nieuws en het leven over heel de wereld zo domineert momenteel, bij ons vertrek 2.5 maand geleden nog helemaal niet bekend was…  We hebben de afgelopen dagen uiteraard constant het nieuws rond de coronasituatie in Thailand opgevolgd, met extra aandacht voor het vliegverkeer.  De website van Qatar Airways bleef ons altijd geruststellen, maar we lazen en hoorden ook dat steeds meer vliegmaatschappijen op korte termijn vluchten annuleerden… Het was dus toch wel even spannend!  

Gelukkig vonden we op Koh Phangan de perfecte plaats voor de nodige afleiding: een eiland met heel wat leuke strandjes die we nog een keertje met een scooter verkenden, omdat het verkeer er opnieuw erg rustig was.  Op die manier konden we ook zelf de rustige plekjes opzoeken en de 1.5m-afstand-regel ook hier respecteren.  We verbleven ook in een superleuk hotel op een berg waar het zwembad uitkeek over zee en waar we de zon letterlijk in de zee zagen zakken.  Ideaal om de aandacht wat af te leiden van de coronacrisis die zich toch ook stilaan in Thailand begon te vestigen.  

Gedurende quasi onze volledige reis hebben wij geen hinder ondervonden, omdat in Thailand slechts enkele besmettingen werden vastgesteld, dit aantal niet toenam en zich aanvankelijk enkel in Bangkok situeerde.  Tijdens onze laatste reisweek veranderde niet enkel het advies van Biuitenlandse Zaken vanuit België, maar nam ook het aantal besmettingen in Thailand stilaan toe, vooral in en om Bangkok.  Om de verspreiding van het virus tegen te gaan werden er dan ook vrij snel een aantal maatregelen getroffen in Bangkok om de verspreiding van het virus zo goed mogelijk tegen te gaan: restaurants, musea, speeltuinen, … werden gesloten.  Op de metro, trein en het vliegveld wordt overal handgel aangeboden en wordt iedereens temperatuur gecontroleerd bij het binnengaan.  Ook op het gebruik van mondmaskers wordt door de overheid aangedrongen in Bangkok, dus ook wij hebben de laatste twee dagen een maskertje gekocht en dit gebruikt voor de metroverplaatsing naar het hotel, Lumpini Park (dat zowat het enige was dat wel open was) en de luchthaven.  Intussen bereikten ons ook berichten over andere regio’s in Thailand die stilaan gelijkaardige maatregelen nemen en zal wellicht heel binnenkort ook Thailand volledig in lockdown gaan.  Ongelooflijk dus hoeveel geluk wij hebben gehad dat we onze reis zoals gepland hebben kunnen afronden, met uitzondering van de laatste dag in Bangkok en de boottocht naar het Ang Thong Marine NP vanuit Koh Phangan: dat laatste leek ons geen goed idee toen we hoorden dat ook in Thailand het coronavirus stilaan voet aan wal begon te krijgen…. Ook als we onze reisroute omgekeerd hadden gepland, en eerst Thailand en dan Sri Lanka hadden bezocht had onze reis er heel anders uitgezien, want in Sri Lanka zijn al een tweetal weken alle nationale parken gesloten, is er intussen een avondklok en zijn er nog heel weinig vluchten terug naar huis. We hebben gewoon echt enorm veel geluk gehad dus wat betreft het coronavirus, maar ook wat betreft algemene gezondheid op reis: dat we met vier helemaal niet ziek zouden worden hadden we uiteraard wel gehoopt, maar zeker niet verwacht…. Ergens lijkt er iemand goed voor ons te hebben gezorgd de afgelopen weken!  

Kiezen om onze oorpronkelijke vlucht te behouden bleek dus de juiste keuze te zijn, al was het uiteraard een – weliswaar beredeneerde – gok.  Daardoor hebben we ook de nachttrein die we al maanden geleden reserveerden om in Bangkok te geraken kunnen nemen, en dat was nog een mooi laatste avontuur voor Lias en Roan!  Het was de enige trein op 2.5 maand waarvoor we een ticket in eerste klasse kochten, maar in dit geval was dat erg fijn: in plaats van een bedje te hebben in een coupe van een 20tal bedden hadden wij twee tweepersoonscompartimentjes waarbij de tussendeur open kon…. Lias en Roan hebben er dus op de eerste plaats goed geslapen, maar ook fijn kunnen spelen tijdens het dagdeel van de treinrit.  Het was echt een avontuur op zich voor hen om in een stapelbed in een rijdende trein te mogen slapen! 

Intussen bevinden we ons op de luchthaven in Doha en zien we dat ons vliegtuig naar Brussel over een tweetal uur vertrekt.  Het is niet geheel wat ik verwacht had, maar in de huidige omstandigheden zullen we toch blij zijn om terug ‘veilig’ thuis te zijn.  We hebben alleszins een prachtig avontuur om op terug te blikken en van na te genieten de komende weken.    

Hoogtepunt & grote twijfels

Khao Sok National Park… het stond al maanden met grote uitroeptekens gemarkeerd in onze Lonely Planet.  Collega Ingrid vertelde in augustus  dat het een absoluut hoogtepunt van haar rondreis in Thailand was geweest, dus ik (Ilse) stond te popelen om richting Khao Sok te reizen!  Vanwaar het enthousiasme?  Wel… Khao Sok is één van de oudste regenwouden ter wereld met een superblauw stuwmeer waaruit metershoge kalksteenrotsen opdoemen.  Je kan dit nationale park bezoeken tijdens een daguitstap… of je kan er een tweedaagse verkenning van maken door een nachtje in een hutje op het meer te overnachten.  Om die overnachting te kunnen doen met onze twee jonge kinderen, hebben we twee maanden twee reddingsvestjes-met-de-juiste-maten meegesleurd op reis!!  Die overnachting op het meer moést dus wel de moeite zijn… en dat was ze ook echt.  Khao Sok NP is een plaats om instant verliefd op te worden: het meer heeft een prachtige blauwgroene kleur, de rotsen die uit dat water opdoemen zijn immens en daardoor erg indrukwekkend en het regenwoud is een gewoon een speciale plaats om in rond te wandelen.  Ook voor ons valt deze plaats onder ‘hoogtepunt van onze reis’.

Twee dagen op een meer verblijven, omringd door karstrotsen en jungle… misschien klinkt het zelfs niet zo interessant, maar we hebben ons geen moment verveeld.  Tijdens de boottocht die je naar de hutjes op het meer brengen kijk je anderhalf uur met grote ogen naar al dat natuurschoon dat je op dat moment omringt.   Aangekomen bij de hutjes waren er een paar uurtjes ‘vrije tijd’, die gevuld kunnen worden met relaxen voor je hutje, zwemmen, ronddobberen in een zwemband of kayakken naar één van de vele kleine eilandjes rondom te hutjes.  ‘Relaxen voor het hutje’ zat er voor ons niet echt in met twee enthousiaste kleuters-met-zwemvestjes… de andere drie activiteiten hebben we wél gedaan die namiddag.  Zowel ’s avonds als ’s ochtends hebben we een ‘bootsafari’ gedaan, en ’s morgens zagen we vanuit onze longtailboot een familie gibbons vrolijk door de bomen slingeren.  Die longtailboot zou ons in de namiddag ook naar een junglepad richting grot hebben moeten brengen, maar tijdens het varen daar naartoe raakte de boot een boomstam onder het wateroppervlak… waarna onze gids snel naar een eilandje vaarde en ons aanmaande om uit te stappen, omdat dat boot aan het zinken was.  Na een uurtje als schipbreukelingen op dat eilandje kwam een reserveboot ons ophalen om alsnog de wandeling door de jungle naar de grot te maken.  Ge-luk-kig hadden we de graafmachines van Lias en Roan bij, waardoor zij zich een uur enorm goed hebben weten bezig te houden op dat eilandje met alle takjes en steentjes die vervoerd moesten worden!  Ook bij de grot hebben ze zich fijn weten bezig te houden met stenen, plastic flesjes en een riviertje, want de grot binnengaan leek ons met een vierjarige niet-zwemmer en een zesjarige net-zwemmer niet zo’n goed idee, aangezien er op bepaalde plaatsen echt gezwommen moest worden… in een pikdonkere grot: dat leek ons toch net iets te avontuuriljk om te ondernemen.  Ook zonder grotbezoek vonden we echter de junglewandeling door een eeuwenoud regenwoud wel de moeite.  Dieren kregen we jammer genoeg niet meer te zien, maar Lias en Roan hingen met veel plezier hier en daar de aap uit aan een liaan of in het water waar we doorheen moesten wandelen.  

De twee dagen in Khao Sok waren dus twee dagen waar we opnieuw enorm van hebben genoten… tot we terug in de bewoonde wereld mét internet kwamen en een massa bezorgde berichten ontvingen over onze terugvlucht.  Al snel zagen we dat ook het reisadvies van Buitenlandse Zaken – dat we regelmatig controleren – was bijgestuurd, dat niet-essentiële reizen werden afgeraden en terugkeren werd aanbevolen.  Even slikken na 5.5 week zorgeloos rondreizen in Thailand en met nog een weekje te gaan!  We hebben héél ernstig overwogen om onze reis in te korten en te proberen om onze vlucht om te boeken naar een vroegere datum, maar na héél veel wikken en wegen hebben we uiteindelijk besloten om dit niet te doen.  Eerst en vooral is het op dit moment uiteraard quasi onmogelijk om een vliegmaatschappij aan de lijn te krijgen, omdat duizenden mensen momenteel telefoneren met allerlei vragen.  De andere optie die we hadden was om halsoverkop naar Bangkok te vertrekken – wat een rit van zo’n 12u in de bus is – en dan rechtstreeks naar de desk van Qatar Airways te gaan met de vraag of we onze vlucht naar een vroegere datum konden omboeken.  De kans bestond uiteraard dat dit niet mogelijk zou zijn, waardoor we dan ipv 1 nachtje 5 nachten in Bangkok zouden verblijven… en dat is sowieso een plek waar we niet zo graag zijn, en op dit moment de plek in Thailand die het meeste hinder ondervindt door het Coronavirus.  Met wat geluk hadden we onze vlucht misschien wel kunnen vervroegen, maar dat zou ons dan misschien 2 of 3 dagen eerder naar huis hebben kunnen brengen… met de nodige stress en op een overvolle luchthaven vol mensen die halsoverkop naar huis willen vertrekken.  We hebben alles enorm afgewogen en hebben uiteindelijk dus beslist om onze oorspronkelijke vlucht op 24 maart te behouden, net zoals de slaaptrein die ons van 22 op 23 maart naar Bangkok moet brengen.  Het bericht van Buitenlandse Zaken na een bericht aan Buitenlandse Zaken stelde ons ook wel gerust: ze gaven niet de indruk dat het terugkeren zo dringend was dat we nu meteen stante pede moesten proberen terug te keren.  Ook bij Qatar Airways wordt op de website aangegeven dat hun vluchten naar alle bestemmingen nog steeds operationeel zijn.  De laatste halte voor Bangkok wordt alleszins het eiland Koh Phangan, zoals gepland… maar met de nodige voorzichtigheid: we ontsmetten regelmatig onze handen – zoals we eigenlijk al van begin januari doen, omdat dat gewoon aangewezen is op reis – en hebben het idee van een boottocht naar het Ang Thong Marine NP laten varen, omdat het op dit moment geen goed idee lijkt om met een grote groep mensen te gaan samen zitten op een bootje.  100% zorgeloos zullen onze laatste reisdagen wellicht niet meer zijn, maar Koh Phangan heeft alleszins nog een aantal mooie strandjes die we kunnen verkennen met de scooter en waarvan we zeker nog willen genieten.  Ik geloof wel dat we ook opgelucht en blij zullen zijn als we thuis zijn… en dat is op zich een erg vreemde uitspraak,want ik kan me niet herinneren dat ik ooit blij ben geweest om terug naar huis te gaan na een reis.  Bovendien zullen we terecht komen in een land dat op dit moment veel meer in crisis verkeert dan het land waar we nu verblijven.  Nog een paar dagen alleszins… nog even proberen te genieten… en dan hopen dat onze boot, trein en vliegtuig elk hun deeltje zullen bijdragen aan onze terugreis naar België!  

Met de ferry en de scooter

Met de ferry en de scooter 

We moeten intussen zowat het hele gamma van vervoersmiddelen dat er bestaat gebruikt hebben: met het vliegtuig, de trein, bus, metro, minivan, fiets, taxi, tuktuk, kayak en een longtailbootje waren we al op stap geweest… en intussen hebben we ook de ferry en de scooter gebruikt.

Soms is een nieuw vervoersmiddel wel even wennen: de eerst keer in de tuktuk zonder gordels deed ons even slikken, de overvolle bussen in Sri Lanka en Thailand vonden we altijd een hele belevenis en de treinrit in de bagagewagon van Haputale naar Ella zullen we ongetwijfeld nooit vergeten.  Ook aan de ferry en scooter moesten we weer even wennen… maar met de scooter was het wel snel ‘grote liefde’!  Bij de ferryoverzet was dat pas bij de terugvaart het geval… Als complete ‘ferryleken’ gingen we bij de overzet naar Koh Lanta immers helemaal voorin de ferry zitten, wat zowat de slechts mogelijke plaats in de boot moet zijn geweest: het was er snikheet… en de ventilator vlak bij onze zitplaatsen was stuk.  Bovendien kon je van helemaal voorin niet zo gemakkelijk even rechtstaan om wat rond te wandelen.  Uiteraard leren we uit onze reisflaters, en bij de overzet van Koh Lanta terug naar het vasteland hebben we de achterste plaatsen in de ferry gekozen, vlakbij de deur naar het buitendek: een lekker windje dat binnenwaaide én de mogelijkheid om heel gemakkelijk even naar het dek te wandelen!  Bij ferryoverzetten zouden wij op basis van onze ervaringen in het hete zuiden van Thailand dus adviseren om achteraan te gaan zitten J

Tussen de twee ferryverzetten hebben we vijf dagen de tijd gehad om Koh Lanta te verkennen, en dat hebben we voornamelijk met de scooter gedaan.  Na veel getwijfel over het rondrijden op een scooter met onze jongens besloten we het toch een dagje een kans te geven op Koh Lanta, omdat het verkeer hier erg rustig is en dit dus de plek bij uitstek is om het scooter rijden eens een kans te geven.  Dat dagje rondrijden zijn er uiteindelijk drie geworden, omdat we het allemaal zo leuk vonden!  Onze gemiddelde snelheid zal waarschijnlijk zo’n 25 à 30 km/u zijn geweest, maar aangezien we alle tijd hadden leek het ons verstandig om rustig aan en steeds uiterst links te rijden.  De scooter was alleszins een heel leuke manier om Koh Lanta te bezoeken.  Een eiland betekent uiteraard sowieso veel zon, zee en strand – en de stranden en zee waren zeker de moeite –  maar er was op Koh Lanta zeker nog meer te beleven.  Zo bezochten we Lanta Animal Welfare, een opvang voor op straat achtergelaten honden en katten die volledig met vrijwilligers werkt en afhankelijk is van giften.  De honden en katten worden hier opgevangen, (medisch) verzorgd en gevaccineerd met de bedoeling een nieuwe thuis voor de dieren te vinden.  Heel vaak wordt dat nieuwe baasje overzees gevonden bij toeristen die de opvang bezoeken en beslissen een dier te adopteren.  Het centrum wordt niet door de overheid gefinanierd en is dus afhankelijk van inkomsten van bezoekers, waarbij je een vrije bijdrage mag geven, een drankje in het ‘Kitten Café’ kan consumeren of een kookles bij ‘Time for Lime’ kan volgen waarbij de inkomsten rechtstreeks naar de opvang gaan.  Aangezien een kookles volgen met Lias en Roan ons niet het beste idee leek – zeker niet waar er zee, strand en een groot hotelzwembad zijn – hebben wij de rondleiding gevolgd en nadien nog wat gedronken in het ‘Kitten Café’, waar een aantal katjes die geadopteerd kunnen worden rondlopen en waarmee gespeeld mag worden… altijd onder het toeziend oog van een vrijwilliger, die ervoor zorgt dat de diertjes zeker niet worden lastig gevallen.  Lias en Roan vonden dit ‘Kitten Café’ zo leuk dat ze twee dagen na ons bezoek zelf vroegen om er nog eens heen te gaan… en aangezien we alle tijd hadden kon dat uiteraard gewoon: leuk toch, zo’n eiland!

Behalve de stranden en Lanta Animal Welfare vonden wij Mu Koh Lanta NP, een nationaal park in het uiterste zuiden van het eiland, de moeite op dit eiland.  Op het zuidelijkste puntje staat een oude vuurtoren en in het nationaal park kan je een ‘nature trail’ volgen en genieten van een zwempartijtje in zee.  Eerst de wandeling, dan de ontspanning in zee leek een logische volgorde… en de wandeling was ‘maar’ 1.7 kilometer.  We hadden alleen niet gerekend op een stuk wandelen naar die 1.7 kilometer en na die 1.7 kilometer… en vooral niet op het enorm aantal trappen in een snikhete namiddagzon!  De wandeling duurde dus ietsje langer dan verwacht… en werd vooral door Lias als ‘saai’ bestempeld door de vele trappen.  Gelukkig wist de zee en het mooie strand met allemaal kleine krabjes nadien z’n humeur terug in positieve zin te keren.    

Vanuit Koh Lanta reisden we naar Phang-Nga.  We kwamen op deze plek terecht via een aantal tips in de Tips Thailand Facebookgroep, met de bedoeling van hieruit een boottocht in de Phang-Nga baai te ondernemen. Diezeflde boottocht kan ook vanuit Ao Nang of Phuket gedaan worden, maar dan kom je meer dan waarschijnlijk terecht op een drukbezette boot, en arriveer je samen met héél wat andere grote boten ergens rond de middag in de Phang-Nga baai.  Vanuit Phang-Nga is de baai uiteraard sneller bereikbaar, omdat dit dorp dichter bij de baai zelf gelegen is.  Bovendien in Phang-Nga véél minder toeristisch dan Ao Nang of Phuket, waardoor we hoopten om niet op een overvolle grote boot terecht te komen… en zo bleek het in werkelijkheid ook helemaal te zijn.  Méér nog… we waren met z’n vieren de enigen op een longtailboot: pure luxe dus!  Doordat we al om 8u vertrokken hebben we echt in alle rust kunnen genieten van het Ao Phang-Nga NP: we bezochten als allereerste het beroemde ‘James Bond eiland’, voor de massa boten vanuit Phuket en Ao Nang in de namiddag arriveerden, wandelden door een watergrot vooraleer het water te hoog stond om er nog doorheen te kunnen wandelen, lunchten en zwommen bij een klein strandje voor de andere boten arriveerden en vaarden als enige boot door een mangrove.  De keuze voor Phang-Nga als uitvalsbasis voor Ao Phang-Nga NP was dus verre van een slechte keuze (altijd fijn als dat zo blijkt te zijn)!  

Behalve ons bezoek aan Ao Phang-Nga NP beviel onze accommodatie – en vooral de gastheer van Manora Garden – ons enorm!  Nederlander Gerard baat deze B&B uit samen met z’n Thaise echtgenote Nui, die ook nog werkt als leerkracht.  Wat een heerlijk team vormen zij samen: terwijl Gerard dag per dag met ons bekeek wat we wilden doen, zorgde Nui voor een lekker avondmaal en regelden ze na het eten samen alles wat we nodig hadden voor de volgende dag: dit was echt een stukje vakantie op reis, omdat we zelf eigenlijk niets moesten regelen!  Zo bracht Gerard ons zelf naar een waterval op een tweetal kilometer van de B&B, en regelde hij onze taxi naar Splash Jungle in Phuket.  Omdat Phuket maar op een uurtje rijden van Phang-Nga lag, én omdat ik me de beelden van Sanne, Eli en de kinderen in een grote band in Splash Jungle herinnerde leek dit ons een leuke uitstap voor de jongens: een dagje puur waterplezier… en wat hebben zij – en eigenlijk ook wij – genoten van alle glijbanen, zwembaden en banden om in te dobberen en glijden.  Van de last minute beslissing om naar Phang-Nga te gaan hebben we dus zeker en vast geen spijt gehad.  Wat ons betreft een absolute aanrader wanneer je in Thailand bent!  

Stranden en eilanden

De eerste verblijfplaats in Zuid-Thailand hebben we intussen alweer achter ons gelaten.  De badplaats Ao Nang in de provincie Krabi werd ergens vergeleken met een populaire Spaanse badplaats, omdat het er zo toeristisch is… en dat was ook wel zo.  Al bij de zoektocht naar een accommodatie viel het snel op dat de prijzen hier héél hoog kunnen liggen… en last minute beslissen waar je naartoe gaat heeft zeker z’n voordelen, want de op voorhand eingszins geplande reisroute kan bijgestuurd worden… wat ook regelmatig gebeurt.  Last minute reserveren zorgt er natuurlijk ook soms voor dat bepaalde populaire accommodaties al uitverkocht zijn.  Tot hiertoe zijn we er echter altijd in geslaagd om ook last minute een accommoatie te vinden die ons bevalt.  De overnachtingsplaats in Ao Nang hebben we zelfs héél last minute pas vastgelegd… op de luchthaven in Bangkok waar we een tussenstop van 5u hadden om naar het zuiden te vliegen.  Een groot voordeel van zo last minute te reserveren is dat je nogal eens een korting geregeld krijgt… en dat was dus het geval voor Sea Seeker Krabi Resort in Ao Nang: we kwamen voor een heel goede prijs terecht in een hotel dat minder dan een jaar geleden geopend werd met een immens zwembad mét glijbaan, tot grote vreugde van Lias en Roan uiteraard.  De drie nachten die we oorspronkelijk reserveerden werden er uiteindelijk vier… een voordeel dus van het last minute plannen van de accommodaties.

Via de website van tipsthailand.nl – een schatkist aan informatie voor iedereen die naar Thailand wil reizen – hadden we gelezen over een kayaktour die vanuit Ao Nang ondernomen kon worden.  Omdat Lias en Roan het hotelzwembad écht heel leuk vonden, kozen we ervoor om een halve in plaats van een volledige dag te gaan kayakken.  Met een songthaew werden we ’s morgens opgehaald en naar Ao Tha Lane gebracht, waar we in de kayaks mochten stappen.  Met vier in één kayak zou wat overdreven zijn geweest, dus splitsten we op en stapten we elk met één van onze jongens in de boot… wat uiteraard betekende dat we beiden alleen moesten peddelen. Dat was met momenten best pittig, aangezien we ook een gedeelte op open zee kayakten.  Behalve op open zee kayakten we door een canyon en door een stukje van een mangrovebos.  De afwisseling van deze drie totaal verschillende landschappen maakte de tocht zeker en vast de moeite… al waren we beiden ook blij toen we onze peddels terug mochten inleveren, want alleen roeien is duidelijk anders dan wanneer je dat met twee kan doen.  

Na inspanning mag ontspanning komen, dus de dag na de kayaktour gingen we een dagje ‘eilandhoppen’. Dat betekende wél vroeg opstaan, om op tijd aan het vertrekpunt van de longtail boten te zijn.  Door om 8u te vertrekken met onze eigen longtailboot-voor-een-dag hoopten we de grotere groepen van allerlei tours voor te zijn… en dat was ook zo op het eerste van de vier eilanden dat we die dag bezochten.  Op Koh Poda, een idyllisch eiland dat al snel erg druk kan worden, kwamen we als allereerste boot aan… en dat bleef nog eventjes zo: een genietmomentje voor ons vier dus!  Het was het vroeger opstaan echt wel waard alleszins.  De andere drie eilanden bereikten we uiteraard niet meer als eersten, en het was er dus drukker doordat het intussen al wat later was…. Wat we erg vreemd vonden was dat het op Koh Tup erg druk was toen we er aankwamen, maar op het leukste moment van de dag – toen het water genoeg gezakt was om via een zandbank naar nog een ander eiland te wandelen – was het hier erg rustig.  We hebben alleszins de 500m naar Koh Kai rustig kunnen wandelen… doorheen het water dus met voor en achter je een eiland, en links en rechts een blauwe watermassa: behoorlijk bijzonder.  We zijn uiteindelijk lang op Koh Tup en Koh Kai gebleven, omdat het er zo mooi was… én omdat het met Roan een kleine eeuwigheid duurt om twee keer 500m af te leggen doorheen het water waarbij boten af en aan varen en er onderweg krabbetjes te zien zijn!  De vierde en laatste stop van onze ‘4 islands tour’ bracht ons naar het strand en de grot van Phra Nang op het (schier)eiland Railay: erg mooi, omdat er grote karstrotsen vlakbij het strand uit de zee opdoeme … maar ook erg druk, waardoor we dit waarschijnlijk de minste van de vier stops vonden.  Uiteraard had dit ook te maken met de volgorde waarin we de eilanden bezocht hebben, want met een start in de vroege ochtend op Railay zouden we ongetwijfeld verbluft zijn geweest door het zandstrand, de grote grot en de enorme karstrotsen.  Nu vonden we het zeker en vast een mooie plek, maar het echte ‘waw-gevoel’ bleef uit door de drukte op dit strand.  

Stranden en eilanden zullen ook de komende dagen de hoofdactiviteit vormen, want we bezoeken als volgende plaats het eiland Koh Lanta.  Ook de rest van de route hebben we intussen bepaald, omdat we de tweedaagse tour in Khao Sok NP zeker gereserveerd wilden hebben.  Vanuit Koh Lanta gaan we nog richting het weinig toeristische Phang-Nga, om vervolgens naar Khao Sok en het eiland Koh Phangan aan de oostkust te trekken.  Na een nachtje op de nachttrein eindigt onze reis dan met een nachtje in Bangkok.  Het feit dat het hele laatste stuk van de route ‘klaar’ is, betekent uiteraard dat de reis stilaan opkort… maar we blijven optimistisch: we hebben nog meer dan twee weken te gaan! 

Op pad in (de buurt van) Pai en Chiang Mai

Voor ons vertrek sprak het noorden van Thailand ons op basis van foto’s en info die we tegenkwamen meteen erg aan.  We planden dan ook bijna twee weken voor deze regio… en kregen allesbehalve spijt!  Voor onze verkenning van het noorden kozen we voor ‘slechts’ twee plaatsen als uitvalsbasis, nl Pai en Chiang Mai.  Om het reistempo niet té hoog te leggen en echt te kunnen genieten van wat Pai en Chiang Mai te bieden hebben, schrapten we Chiang Rai – met z’n prachtige witte tempel – van het reislijstje…. Dat deed eventjes pijn (vooral bij Ilse ;-)), maar het gaf ons de kans om rustig de andere twee plekken te ontdekken.  

Pai is het dorpje dat we na 762 bochten per minivan bereikten.  Het is een dorpje dat enorm populair is bij backpackers.  We zagen er effectief maar heel weinig gezinnen met kinderen, zeker in vergelijking met Chiang Mai.  Mogelijk ziet niet iedereen het zitten de bochtenbaan af te leggen met jonge kinderen, maar Lias en Roan hebben het grootste gedeelte van de rit geslapen… en dus nergens last van gehad.  We vonden Pai alleszins ook voor jonge kinderen een erg leuke plek.  In Pai kan je als backpacker voor relatief weinig geld een dagtour langs de highlights in de omgeving doen, maar het programma leek ons wat te overbeladen om met Lias en Roan te doen, dus besloten we om al deze plekken verspreid over drie dagen – en dus op eigen tempo – te bezoeken.  Zo lieten we ons één dag afzetten bij Pai Canyon, ergens in de voormiddag in plaats van voor zonsondergang, waardoor we de canyon niet moesten delen met al de dagtours die hier hun tour eindigen, maar in alle rust konden genieten van onze wandeling hier.  We huurden ook opnieuw een taxi voor een dag, en bezochten zo de Sai Ngam Hotsprings, Tham Lod Cave en Bamboebrug.  Het bleken drie goed uitgekozen hoogtepunten rondom Pai, en die dag maakte duidelijk dat we er goed aan hadden gedaan om niet nog méér in dag te plannen, want dat zou een gehaast zijn geweest, waar we nu elke plek echt rustig konden bezoeken.  De Sai Ngam Hotsprings was een heerlijke start van onze daguitstap: baden in een natuurlijke warmwaterbron omringd door jungle… en nog lekker rustig toen we er arriveerden… absoluut zalig om op deze manier de dag te starten.  Op een uur rijden van de Sai Ngam Hotsprings kwamen we bij de Tham Lod Cave, een grot die enkel met gids bezocht kan worden en waarbij drie verschillende delen van de grot bezocht worden.  Lias en Roan vonden het superspannend, want ze waren nog nooit eerder in een grot geweest… en het bleek dan ook nog een behoorlijk spectaculair grotbezoek te zijn: zo is er geen ‘verlicht pad’, maar gaat een gids mee met een lantaarn, kan de tweede grot enkel verkend worden met een bamboevlot… en troffen we in de derde grot honderden vleermuizen én duizend jaar oude doodskisten aan.  Absoluut de rit van een uur waard alleszins!  Laatste halte van onze dagtrip was een bezoek aan de Boon Ko Ku So brug, een 850m lange bamboebrug over de rijstvelden.  Aangezien dit het droge seizoen in Thailand is – en rijst véél water nodig heeft om te groeien – was de rijst uiteraard allang geoogst, maar de bamboebrug was evenzeer een erg leuke plek om te bezoeken, zeker omdat we er waren op het moment dat de zon stilaan begon te zakken en de lucht dus heel mooi kleurde.  Aangezien de chauffeur van onze daguitstap ons erg goed bevallen was, gingen we tijdens onze laatste dag in Pai nog een halve dag met hem op stap, waarbij we de Mo Paeng waterval, een boerderijtje en de Witte Boeddha die uitkijkt over Pai bezochten.  Voor het allereerst beoordeelden we een waterval als te koud om in te zwemmen… maar misschien was dit enigszins te verwachten, aangezien Pai hoog in de bergen gelegen is :-).  Naast de uitstappen hebben we in Pai elke dag even de fiets genomen om naar een speeltuintje te fietsen dat een gezellig terrasje met goed zicht op de speeltuin had: iedereen gelukkig dus (nogmaals met dank aan Digitalnomadmom Silvana voor deze fijne tip op haar blog)!  Waar we in Pai ook allemaal gelukkig van werden, was de ‘walking street’ die er elke avond te vinden is, eigenlijk een soort avondmarkt met heel wat eetkraampjes.  Lias en Roan worden bij het horen van het woord ‘avondmarkt’ intussen instant enthousiast, omdat ze weten dat er altijd wel ergens een kraampje met lekkere pannenkoeken of wafels te vinden is… en wij houden enorm van de gezelligheid van zo’n avondmarkt.  In Pai hebben we dus geen enkel restaurant bezocht ’s avonds, maar hebben we elke avond genoten van de typische ‘streetfood’ van Thailand. 

Terug in Chiang Mai hebben we ook één avond de restaurants vermeden ten gunste van de kraampjes met streetfood, en dat was op de imméns grote ‘Sunday walking street’, waarbij een héél groot gedeelte van het centrum verkeersvrij wordt gemaakt en gevuld wordt met allerlei kraampjes met kleding, (handgemaakte) souvenirs, eten en drinken.  De ‘Sunday walking street’ was de perfecte afsluiter van een dagje in het 3D Art Museum en de speeltuin in het openbare park als ‘rustdag’ tussen een tweedaagse tour en een daguitstap.  Het 3D Art Museum was waarschijnlijk leuker dan het klinkt, omdat het weinig weg heeft van een klassiek museum.  Het is weliswaar ook een gebouw vol schilderijen, maar dan enorm groot, indrukwekkend knap geschilderd en met 3D-effect, waardoor je er erg leuke foto’s kan maken met jezelf als ‘onderdeel’ van het schilderij.  Alleszins een leuke activiteit voor een paar uurtjes… en niet te ver van de speeltuin waar we bij ons eerste bezoek aan Chiang Mai al eens even vertoefden tussen de tempelbezoeken door. 

Wat we zelf als de twee hoogtepunten van ons verblijf in het noorden beschouwen waren de twee uitstappen die we deden met Daro Tours: een tweedaagse tour naar het (geboorte)dorp van Daro, en een daguitstap naar Doi Inthaon.  We hebben vrij lang het idee gehad om een tweedaagse jungle trekking te doen met Lias en Roan, maar wilden wel een privétour reserveren om een groeps niet telkens op te houden door het wandeltempo van de jongens, dat uiteraard meestal lager ligt dan dat van volwassenen… enerzijds door hun kortere beentjes, maar anderzijds ook doordat ze bij 101 dingen die ze tegenkomen verwonderd blijven stilstaan, alles in detail bekijken en allerlei vragen stellen :-).  Op zoek naar een privétrekking contacteerden we drie bedrijven waarover we positieve dingen gehoord of gelezen hadden, en uiteindelijk bood Daro Tours een programma aan dat zelfs veel beter in mekaar stak dan we zelf hadden kunnen bedenken.  Het werd uiteindelijk geen echte jungle trekking, maar wel een tweedaagse tour vol afwisseling met een overnachting in het dorp van eigenaar Daro, helemaal weg van het toerisme.  Dit bezoek gaf écht een beeld van het leven in een Karen-dorp, waarbij helemaal niets in scène gezet werd omdat wij op bezoek waren.  Het leven van alledag was gewoon z’n gang aan het gaan toen wij met Daro een wandeling door het dorp maakten en zagen hoe met bladeren een dak wordt gemaakt of hoe met de hand tassen en kleding geweven worden.  Dat de dorpelingen erg creatief omgaan met de natuur rondom hen, bewees Daro continu… tot grote vreugde van Lias en Roan: hij knutselde o.a. een ‘helikoptertje’ van blaadjes en een ‘geweertje’ dat echt knalde van bamboe.  Helemaal onder de indruk waren we van de ‘jungle cooking’, waarbij op een vuurtje in het bos met bamboe gekookt werd: rijst en noedels werden in grote bamboestengels gekookt, kippenboutjes werden gespietst op bamboestaven en gegrild boven het vuur, een groentepakketje werd gestoomd in een ‘bamboebootje’, van bananenbladeren werd een ‘picknickdeken’ gemaakt en uit bamboe werden lepels en drinkbekers gesneden.  We hebben hier écht met verbazing toegekeken… en waren helemaal onder de indruk toen bleek dat de maaltijd ook nog eens erg lekker was!  Tijdens deze ‘jungle bamboe picknick’ waren een paar familieleden van Daro meegekomen, aangezien het zaterdag was… en zo’n jungle bamboe picknick dus absoluut een gezellige aangelegenheid is.  Voor Lias en Roan maakte dat het extra leuk, omdat er ook twee neefjes van Daro mee kwamen eten… en spelen uiteraard.  Erg leuk om te zien hoe kinderen eigenijk echt geen taal nodig hebben om samen ontzettend fijn te spelen!  Behalve bij de ‘jungle picknick’ kwamen we de avond van aankomst heel wat dorpelingen tegen bij de inzegening van een nieuw huis.  Zie het een beetje als een housewarming party, maar dan met véél meer mensen (want zowat het hele dorp was uitgenodigd… en zelfs wij waren heel erg welkom).  Bijzonder om een keertje mee te maken!  Die eerste avond werd meteen duidelijk dat dit dorpje de niet-toeristische versie van een Karen-dorp is, want Lias en Roan hadden met hun blondje hoofdjes énorm veel toeschouwers… en waren absoluut de meest gefotografeerde personen van de avond. Tijdens onze nacht in het dorp verbleven we in een traditioneel huisje van klei bij Daro’s ouders, die een aantal dieren (kippen, varkens en buffels) houden.  Meehelpen bij het voederen van de dieren ’s avonds en ’s morgens was voor Lias en Roan ook weer een fijne ervaring.  Behalve het bezoek aan het dorp stonden tijdens de rit naar en terug van het dorp vier activiteiten op het programma: een niet-toeristische ‘sticky waterfall’ beklimmen (nog een keertje dus na de Bua Thong waterval… maar het blijft leuk), even ontspannen in een heerlijk warme hotspring, kort de benen strekken in een nationaal park en even wandelen doorheen de Chiang Dao grot, dit keer een grot die wél verlicht was om de vele Boeddhabeelden in de grot goed te belichten.  Het is duidelijk vermoed ik: we hebben enorm genoten van ons tweedaags alternatief voor een jungle trekking.  

Omdat we dus nog geen echte jungle trekking gedaan hadden, én omdat we de tweedaagse uitstap met Daro en z’n oom Jacky zo fijn hadden gevonden, reserveerden we voor onze laatste dag in Chiang Mai nog een daguitstap met hen: Doi Inthanon en een bezoek aan de olifanten van een Karen gezin in de buurt van Doi Inthanon.  We hadden sowieso de bedoeling om met een taxi naar Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand, te gaan, en op de Facebook pagina ‘Tips Thailand NL’ had ik al gelezen dat Daro Tours deze daguitstap ook aanbood, eventueel in combinatie met een olifantenbezoek dus.  Wat die olifanten betreft, hebben we echt énorm getwijfeld!  Rond Chiang Mai zijn er immers onbeschrijflijk veel ‘elephant sanctuaries’ waar olifanten worden opgevangen die in het verleden werden gebruikt om te werken of op te rijden… alleen zijn niét al deze ‘elephant sanctuaries’ effectief zo diervriendeiljk als ze doen uitschijnen en vaak voornamelijk gericht op geld verdienen… ten koste van het welzijn van de dieren.  Uiteraard wilden we zo’n ‘opvangplaats’ niet financieel ondersteunen.  Heel wat foto’s, verhalen en reportages van National Geographic hadden er al voor vertrek voor gezorgd dat we erg kritisch stonden ten opzicht van een bezoek aan een ‘elephant sanctuary’.  Enkele ‘sanctuaries’ staan wél echt bekend als ‘erg goed voor de dieren’, maar dat aantal is beperkt, waardoor deze plaasten dan weer erg druk bezocht zijn… en ook dat sprak ons niet meteen aan  Uiteindeijk hadden we eigenlijk beslist om dan maar geen ‘sanctuary’ te bezoeken…  Tijdens onze tweedaagse tour met Jackie en Daro kwam echter toevallig het onderwerp olifanten ter sprake, en zij vertelden dat zeker niet alle Thaise olifanteigenaars gericht zijn op geld verdienen.  Bij de Karen stammen – waartoe dus zowel Daro als Jackie behoren – werden olifanten bijvoorbeeld jarenlang gebruikt als werkdier, tot dit een aantal jaren geleden verboden werd door de regering.  Voor heel wat Karen families waren hun werkolifanten deel van de familie… meer dan enkel een werkdier dus… eigenlijk een uit de kluiten gewassen huisdier J.  Nadat olifanten niet meer gebruikt mochten worden al werkdier, wilden heel wat families hun dier niet zomaar verkopen (om bijvoorbeeld te worden ingezet als rijdier voor toeristen).  Omdat een olifant wel wat eet op een dag (zo’n 200 kg per dag hoorden we al tijdens onze safari in Sri Lanka), gingen een aantal families op zoek naar een alternatief om het nodige voedsel voor hun olifant(en) te kunnen kopen.  Dat alternatief hebben ze kunnen vinden in het toerisme, zonder dat de olifanten er last van ondervinden zoals bvb bij het berijden.  Als toeristen kregen we een lading graan en bananen die we aan de olifanten mochten geven en volgden we de mahouts en de olifanten voor een korte wandeling naar het bos, waar ze nog wat bladeren en takken als dessert konden verorberen.  Deze olifanten maken dus geen deel uit van een ‘sanctuary’ dat gericht is op geld verdienen, maar van een familie die hun olifanten hoopt te kunnen houden en goed te kunnen blijven verzorgen in de toekomst.   De omgang van de mahouts – die echt met deze olifanten waren opgegroeid – met de dieren maakte ook duidelijk dat hier geen geldgewin achter zat: de olifanten mochten echt gewoon doen waar ze zin in hadden en de mahouts volgden hen, af en toe corrigerend met stem en lichaamstaal… zonder dat stokken of ‘bull hooks’ aan te pas kwamen.  De olifanten moesten tijdens ons bezoek alleszins niéts doen waartoe ze gedwongen werden of wat niet tot hun dagdagelijkse activiteiten behoort: ze kregen enkel eten (want uiteraard kunnen deze olifanten nooit meer overleven in het wild) en gingen op wandel, zoals ook gebeurt wanneer er géén toeristen op bezoek zijn (wat voor deze olifanten voor het merendeel van de dag zo is, aangezien dit geen typisch bekende plaats vlakbij Chiang Mai was).  Het werd alleszins een olifantenontmoeting waaraan wij een heel goed gevoel overhouden, en Lias en Roan – hoe jong ze ook nog zijn – een levenslange herinnering!  Behalve de olifanten bezochten we die dag dus Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand, omringd door groene jungle!  Hier kregen we dus alsnog de kans om een (kortere) jungle trekking van 2 uur te doen langs één van de paden in het park, onder begeleiding van een (verplicht) lokale gids.  Doordat we zowel Doi Inthanon als de olifanten wilden bezoeken, en omdat Doi Inthanon op zo’n 100 km van Chiang Mai ligt, werd het een dag met een vroege start en laat dageinde, maar…. het was absoluut de moeite: wandelen door de jungle met een lokale gids, met z’n vieren op het hoogste punt van Thailand staan, de twee mooie pagoda’s ter ere van de vorige koning en koningin bovenop de berg bezoeken en olifanten graan en bananen geven… het was zeker en vast een mooie afsluiter van ons verblijf in Noord-Thailand.

En dan nu… op naar het zuiden voor het laatste gedeelte van onze reis: nog drie weken om te genieten van de vele mooie plaatsen die we tegenkomen en activiteiten die we samen kunnen doen.  Wat zeker op het programma staat: genieten van water en zand op de eilanden en een overnachting op het meer van Khao Sok NP.  Nog voldoende om naar uit te kijken dus 😉

Op verkenning in Noord-Thailand

Intussen zijn we aanbeland in Noord-Thailand, waar we drie verschillende plaatsen als uitvalsbasis hebben uitgekozen.  Vanuit Bangkok reisden we in totaal een zestal uur met de trein+bus naar Sukhothai.  Enkele dagen later zaten we vijf uur op de bus richting Chiang Mai. Nog eens een paar dagen later trotseerden we 762 bochten met een minibusje om in Pai te geraken (en die 762 bochten doen we gewoon nog een keertje om terug in Chiang Mai te geraken over een paar dagen J).  

Er was qua vervoer de eenvoudigere optie van de nachttrein vanuit Bangkok naar Chiang Mai, maar dan zouden we niet in Sukhothai zijn geraakt… en laat dat nu een heerlijke plek zijn geweest!  Eerst en vooral logeerden we er in een heel leuk resort, Sawasdee Sukhothai Resort: houten bungalows rond een mooi aangelegde tuin met een groot zwembad en speeltuintje en lekker ontbijt om de dag te starten… absoluut de ideale uitvalsbasis voor Sukhothai.  Sukhothai stond op de eerste plaats op onze planning voor het Sukhothai Historical Park, een ruïnecomplex uit de dertiende en veertiende eeuw.  We lazen dat Sukhhothai het best bezocht wordt met de fiets, dus huurden we voor 4,5 euro drie fietsen (Roan mocht achterop) en gingen we op verkenning.  Meteen na het binnenrijden draaiden we linksaf en kwamen we bij Wat Mahathat, een tempelruïne waar je echt alleen maar van onder de indruk kan zijn… zo groot, mooi en goed intact.  Doorheen de dag kwamen we uiteraard heel wat oude tempels tegen, maar ook een 15m hoog en 11m breed Boeddhabeeld.  Behalve tempels kijken waren er ook grote bomen en zand om mee te spelen, en ook daar konden we rustig de tijd voor nemen, omdat we een hele dag voorzien hadden om rustig door te brengen in Sukhothai Historical Park.  Omdat Thaise namiddagen behoorlijk warm zijn, besloten we om de namiddag rustig in het zwembad door te brengen en in de vroege avond nog even terug te keren en te genieten van één van de twee mooiste momenten in Sukhothai Historical Park, nl zonsondergang. Het absolute topmoment is bljikbaar zonsopgang, maar dat zou erg vroeg opstaan en een topontbijt missen hebben betekend… en het tweede mooiste moment van de dag bleek absoluut mooi en magisch genoeg om helemaal blij van te worden!  Sukhothai is een vlakke regio en erg fijn om met de fiets te verkennen merkten we dus al in Sukhothai Historical Park.  Bovendien waren we erg positieve reviews tegengekomen van Sukhothai Bicycle Tour, waar we een halve dag ‘countryside tour’ reserveerden.  Omdat er dit keer wat verder gefietst moest worden en voor een groot gedeelte over zandwegen, besloten we het zekere voor het onzekere te nemen en Lias dit keer niét zelf te laten fietsen.  Hij kreeg in de plaats een ‘trailer bike’ die vasthing aan één van onze mountainbikes, maar waarmee hij wel nog mee kon fietsen…en hij was er gelukkig heel erg tevreden mee!  Roan zat nog comfortabeler in een ‘trailer bike seat’, een stoeltje achter onze andere mountainbike met trappertjes, zodat hij ook wel kon ‘meefietsen’.  De uitrusting was supergoed in orde, en de tour was heel afwisselend en leuk: we fietsten tussen rijstvelden en tabaksplantages en door lokale dorpjes, waarbij we aan enkele ‘bedrijfjes’ stopten en wat uitleg kregen (o.a. een rijstwhiskeystokerij en bamboevlechterij).  Dankzij Sawasdee Sukhothai Resort, Sukhothai Historical Park en Sukhothai Bicycle Tour was Sukhothai echt een heerlijke plek om te verblijven!

Na Sukhothai volgde dan Chiang Mai, waarschijnlijk de bekendste plaats in het noorden van Thailand. Aankomen in Chiang Mai – de tweede grootste stad van Thailand – was even wennen na de rust en het platteland van Sukhothai, maar… we wennen gelukkig vrij snel aan nieuwe situaties J.  Als grote stad heeft Chiang Mai niet alleen heel wat leuke restaurantjes, maar ook heel wat tempels… en knabbelvisjes (waar Roan perse z’n voetjes nog eens in wilde steken na de knabbelvisjes bij de Erawanwatervallen).  Om vlotjes rond te geraken in het oude centrum van Chiang Mai huurden we opnieuw twee fietsen (met twee kinderzitjes achterop dit keer), waardoor we vlot aan de drie belangrijkste tempels van Chiang Mai, het park met een speeltuintje en de nachtmarkt geraakten om een hapje te gaan eten.  Voor de verdere verplaatsing naar de Bua Thong waterval was de fiets geen optie… en ook een scooter of auto huren zag Patrick niet zo zitten, dus huurden we een privétaxi voor een dagje, en dat werkt uiteraard perfect (al is het natuurlijk niet de goedkoopste optie!  We lieten ons ’s morgens om 8u ophalen voor een rit van een uurtje naar de Bua Thong waterval, waardoor we redelijk vroeg – en dus voor de drukte – aankwamen.  De Bua Thong watervallen liggen midden in de jungle en staan ook bekend als de ‘Sticky Waterfall’ en de ‘Spiderman waterval’. Ik las ergens dat het water dat bij deze waterval naar beneden stroomt afkomstig is uit een calciumrijke bron en een kleverig mineraallaagje achterlaat op de rotsen, waardoor je veel grip hebt en naar beneden en naar boven kan klauteren.  Het is wel duidelijk dat dit een leuk plekje was voor onze twee klauteraars (en eigenlijk stiekem ook voor ons J)!  Na de watervallen bezochten we het Poopoo Paper Park: een bezoekje dat veel leuker was dan het misschien klinkt J.  Bij het Poopoo Paper Park worden gedroogde olifantenkeutels gerecycleerd tot papier, en tijdens de rondleiding wordt eenvoudig maar duidelijk uitgelegd en getoond hoe dat gebeurt.  Lias en Roan vonden het ge-wél-dig om dit allemaal te zien, en hier en daar wat te mogen meehelpen (en ook wij vonden het echt wel interessant om te zien en te horen).  Na de rondleiding was er een ‘crea-ateliertje’ waar je zelf één van de gemaakte papieren/kartonnen voorwerpen kon versieren… en ze zijn zo trots op de doosjes die ze daar geknutseld hebben.  Hopelijk lukt het ook om ze in goede staat mee naar huis te nemen! 

Inmiddels zijn we op onze derde halte in het noorden aanbeland: Pai, een rustig dorpje in de bergen.  Héél wat toeristen – als in de overgrote meerderheid – reist  naar hier vanuit Chiang Mai met een gehuurde scooter, omdat het een prachtige route is om af te leggen door de bergen… met 762 bochten dus.  Tien jaar geleden hadden wij dit sowieso ook op deze manier gedaan, maar nu vonden we een scootertocht niet echt een optie met de kinderen (ook omdat we weten dat we niet verzekerd zijn om met een scooter in Thailand te rijden, aangezien het vermogen van elke scooter hier te hoog is om met een gewoon rijbewijs te mogen rijden), dus reisden wij met een minivan naar Pai.  Het idee van een eenvoudig hutje als accommodatie in Pai lieten we last minute varen, omdat we merkten dat Lias en Roan allebei eventjes nood hadden aan wat rust.  In plaats van een eenvoudig hutje reserveerden we dus een hotel met groot zwembad, meertje met kajaks en wei met schaapjes die gevoederd mogen worden… Het rustdagje met zwembad, kajak, schaapjes, lokale speeltuin en pannenkoeken op de nachtmarkt was alleszins gezellig vandaag, en zo zijn we helemaal klaar voor de verkenning van hotsprings, een grot en een bamboebrug morgen! 

De eerste dagen in Thailand: oorlogsverleden, watervallen, street food & miljoenenstad Bangkok

Thailand is voor ons niet voor 100% onbekend terrein (maar wel nog voor 99.99%, dus meer dan genoeg te ontdekken nog).  Na onze reis naar Vietnam in 2011 verbleven we al eens drie dagen in Bangkok… en dat was genoeg om te weten dat we onze rondreis in Thailand niet wilden starten in deze miljoenenstad (zeker niet na een nachtvlucht).  We kozen ervoor onze 6 weken in Thailand te starten in Kanchanaburi en te overnachten in Good Times Resort, om opnieuw eerst even rustig te kunnen genieten van het zwembad, het ontbijtbuffet en het restaurant aan de oever van de River Kwai.  

Deze riviernaam zal quasi iedereen bekend in de oren klinken, al is het enkel van de film ‘Bridge over the river Kwai’.  Het is die bekende brug die we als eerste in Kanchanaburi bezochten.  Tijdens onze wandeling naar de brug kwamen we eerst het JEATH War Museum tegen, en de grote trein en vliegtuigen op de binnenkoer wisten (uiteraard) de aandacht van Lias en Roan te trekken.  Aangezien de prijs van het toegangsticket wel meeviel, besloten we even een kijkje te nemen in een museum dat alvast wat info gaf over de Dodenspoorlijn (Death Railway) waarvan de brug onderdeel was.  De spoorweg tussen Thailand en Birma (Myanmar) die tijdens Wereldoorlog II werd aangelegd door Japan kreeg z’n bijnaam omwille van het groot aantal krijgsgevangenen en arbeiders die bij 16 maand durende aanleg van de 415 km lange spoorlijn omkwamen.  Aan de hand van foto’s en voorwerpen in het JEATH War Museum konden we Lias en Roan een beetje uitleggen waarom de brug die we gingen bezoeken – en waarover we de volgende dag met de trein zouden rijden om de Hellfire Pass te bezoeken – zo’n bekende brug is.  Ze waren allebei heel erg onder de indruk van het begrip ‘oorlog’ – waarvan ze nog nooit gehoord hadden – en het feit dat zoveel gevangen soldaten gestorven zijn om deze spoorlijn aan te leggen.  

Tijdens het bezoek aan het museum en de brug hadden Lias en Roan allerlei vragen over die oorlog van lang geleden… en de vragen bleven komen toen we de volgende dag over de Death Railway – en zelfs over een klein stukje originele spoorlijn – reden.  Hoewel we genoten van de mooie landschappen die voorbijkwamen, bleven ook de beelden uit het Thailand-Burma Railway Centre en van het oorlogskerkhof dat we eerder die dag bezochten ons bij.  Waar wij nu genoten van een rustige treinrit over een 50tal kilometer wereldgeschiedenis, werkten bijna 80 jaar geleden duizenden mensen in verschrikkelijke omstandigheden… en kwamen in totaal zo’n 100 000 mensen om het leven door ondervoeding, ziekte, lijfstraffen en fysieke uitputting.  De treinrit over de Death Railway bracht ons vlakbij de Hellfire Pass, een 110 meter lange, 17 meter diepe en 5 meter brede passage door een bergketen die met de hand werd uitgekapt, en dat in een periode dat Japan het werktempo aanzienlijk opdreef en er vaak in shiften van 12 tot 18u gewerkt moest worden.  Doorheen die uitgehakte bergketen wandelen met getuigenissen via audiogids was op z’n minst beklijvend te noemen.  Ook hier waren de jongens oprecht onder de indruk van het ‘gat door de rots’ dat door de krijgsgevangenen gemaakt werd… en dat zonder gebruik te kunnen maken van machines.  

Kanchanaburi heeft dus duidelijk een zwaar oorlogsverleden, maar daarnaast ook een heel mooie natuur, met de Erawan watervallen als één van de hoogtepunten.  Om op tijd bij de watervallen te geraken, zaten we al om 7u aan de ontbijttafel, om om 8u aan het busstation te zijn voor de lokale bus richting Erawan.  Daar aangekomen is er een wandelroute omhoog van 2 km die langs 7 verschillende watervallen komt.  Het feit dat we waterval 1 en 2 erg snel bereikten en dat de andere watervallen telkens genummerd waren, leek Lias en Roan te motiveren om tot bij waterval nummer 7 te geraken, want de wandeling omhoog ging bijzonder vlot (ofwel zijn ze intussen helemaal gewend aan het feit dat er eerst gewandeld moet worden voor er iets te zien/beleven is J).  Bij al de watervallen mocht gezwommen worden en uiteraard blijft zoiets leuk… ook na de watervallen die we in Sri Lanka al bezochten.  Een ‘extraatje’ bij de Erawan watervallen waren de visjes die aan je voeten kwamen knabbelen (jawel… zoals in sommige sauna’s en wellness centra).  Doordat de watervallen zo mooi zijn, zijn ze uiteraard ook erg bekend, waardoor het een heel andere ervaring was dan de waterval vlakbij Ella waar we als enige een paar uur hebben kunnen vertoeven, maar het moet gezegd: de verschillende watervallen waren prachtig om te zien, ook door hun ligging in de jungle en het azuurblauwe water.   

Na de watervallen van Kanchanaburi volgde dan toch de miljoenenstad Bangkok.  Dit was waarschijnlijk de enige plaats waar we zouden verblijven waar we niét echt naar uitkeken… maar Bangkok is nu eenmaal een plaats waar het gemakkelijk geraken was vanuit Kanchanaburi, en vanwaar we ook weer gemakkelijk in het noorden konden geraken.  En door het advies van drie verschillende ervaringsdeskundigen te volgen, hadden we uiteindelijk een erg leuke voormiddag in Bangkok tijdens de fietstocht met Co van Kessel.  De fietstocht startte om 7u – kwestie van de hete namiddagzon te vermijden door niet de tour van 13u te kiezen – en duurde dus tot de middag.  Het leuke aan de fietstocht was dat ze niét langs de typische toeristische attracties ging, maar een andere kant van Bangkok liet zien, met smalle straatjes in Chinatown en een stukje groen in Bangkok en met een longtail boottocht en lekkere lunch. Ook in de namiddag probeerden we de hectiek van Bangkok te vermijden door Lumphini Park op te zoeken, en met een speeltuintje en vijver met watervaranen lukte dat wonderwel.  Op dit moment zien we zelfs onze allerlaatste nacht – ook in Bangkok – zitten 😉

Tenslotte is het waarschijnlijk logisch dat we hier regelmatig de vergelijking maken met de voorbije maand in Sri Lanka, want hoewel we nog steeds in Azië zijn, is het toch duidelijk dat Thailand een ander land is.  Wat ons deze eerste dagen opviel is o.a. dat we hier niet zullen toekomen met een gemiddeld dagbudget vaan 105 euro (maar dat was op zich ook niet de bedoeling… in Sri Lanka is dat gewoon heel erg meegevallen J), maar ook dat het openbaar vervoer gebruiken hier haalbaarder is dan in Sri Lanka, omdat er hier veel meer rechtstreekse trajecten zijn.  Wat we in Sri Lanka eigenlijk niet echt tegenkwamen, zijn de kraampjes met street food en de avondmarkten die we vroeger in Vietnam al zo leuk vonden… en dat vinden we nog steeds.  Lias en Roan deelden al meteen vanaf de eerste avond in Kanchanaburi die mening toen we een avondmarkt bezochten en ze daar pannenkoeken met m&m’s, marshmallows en chocoladesaus bleken te maken J.  

Afscheid van Sri Lanka

30 dagen in Sri Lanka is een mooie tijdsperiode om dit prachtige land te verkennen… en toch vinden we het jammer dat we al afscheid moeten nemen.  Zélfs onze laatste dag in Negombo werd een meevaller dankzij de leuke tuktuktour met Raju, het zwembad van hotel Optimum Residencies en de lagooncruise bij zonsondergang als afsluiter van de dag… en dat terwijl we eigenlijk niet bepaald hoge verwachtingen hadden van deze grote stad.  

Waarom Sri Lanka ons zo enorm bevallen is?

1) Sri Lanka biedt enorm veel afwisseling.  Er zijn de idyllische stranden aan de zuidkust… waar wij uiteindelijk best nog wat meer tijd hadden willen doorbrengen. Daarnaast zijn er de vele nationale parken, zoals Udawalawe NP, Yala NP en Hurulu Eco Park die we bezochten (maar dit is verre van de volledige lijst van parken waar je uren kan rondrijden in een jeep om te genieten van de uitzichten en wilde dieren die je pad kruisen).  Sri Lanka heeft ook heel wat te bieden op het vlak van cultuur.  We kozen bewust voor een beperkt aantal ‘culturele uitstappen’ met de jongens, maar wat we bezochten – rotstempels in Dambulla, Leeuwenrots in Sigirya en oude hoofdstad Pollonaruwa – vonden we heel erg de moeite.  Ons favoriete aspect van Sri Lanka was waarschijnlijk de enorm mooi natuur die we er aantroffen: groene theeplantages, bergen om te beklimmen en te genieten van de mooiste uitzichten, watervallen waar je kan zwemmen, …. Sri Lanka voelde voor ons aan als een land van alles-in-één.

2) De bevolking van Sri Lanka is voor 99,99% su-per-vriendelijk en oprecht behulpzaam (die 0,01% is voor die ene tuktukchauffeur die bleef volhouden dat we meer moesten betalen dan afgesproken door de accommodatie… al ging het omgerekend maar om 1 euro ;-)).  We hebben de afgelopen maand gezien en gehoord hoeveel mensen in Sri Lanka afhankelijk zijn van toerisme (uitbaters van accommodaties en restaurants, taxi- en tuktukchauffeurs, gidsen…) … en van velen hoorden we wat een enorme impact de aanslagen op paasdag op het toerisme hebben gehad.  Op dit moment gaat het toerisme beetje bij beetje opnieuw de goede kant uit hoorden we… maar het aantal toeristen op dit moment was nog steeds beduidend lager dan gewoonlijk.  We hebben het zelf ook vastgesteld, zeker in de eerste helft van onze reis, want we waren meermaals de enige gasten bij een accommodatie.  Sri Lanka is een prachtig land met een superfijne bevolking, dus we hopen voor iedereen die afhankelijk is van toerisme als bron van inkomsten dat mensen van over de hele wereld snel terug hun weg zullen vinden naar dit mooie land.

3) Sri Lanka is een goedkoop land om in rond te reizen.  Wij hebben als gezin van vier gemiddeld 105 euro per dag uitgegeven.  Daarin zit echt alles: accommodaties, vervoer, activititeiten, fooien, maaltijden, koekjes en ijsjes tussendoor, …. Qua accommodaties hebben we regelmatig in driepersoonskamers geslapen, omdat deze vaak beduidend goedkoper waren dan de familiekamers van vier… en Lias en Roan vinden het absoluut prima als ze tussen ons in mogen slapen (ze doen stiekem niets liever ;-)).  We hebben vaak in eenvoudige, maar propere en gezellige guesthouses gelogeerd, maar ook een aantal keren in hotels met een zwembad.  Al onze accommodaties zijn ons en de jongens alleszins erg goed bevallen.  Ook qua eten hebben we erg uiteenlopend, maar altijd superlekker, gegeten: van een maaltijd bij de familie die de guesthouse uitbaatte tot een uitgebreide maaltijd met aperitief en dessert.  Fooien zijn gebruikelijk in Sri Lanka.  Vaak wordt op restaurant een ‘service charge’ van 10% gerekend.  Als dat niet het geval is, is het gebruikelijk een fooi van ongeveer 10% te geven.  Wij hebben deze fooi steeds met veel plezier gegeven… en vaak zelfs meer dan dat, vooral op plaatsen waar we meerdere dagen verbleven en ons echt ‘thuis’ voelden, of met taxi- of tuktukchauffeurs die een volledige dag met ons op pad gingen.  Qua vervoer hadden we zeker en vast geld kunnen besparen door meer het openbaar vervoer te nemen, maar we vonden het vaak gemakkelijker – met kinderen en bagage – om voor een taxi te kiezen.  Daarnaast hebben we in heel wat verschillende tuktuks rondgereden, voor korte verplaatsingen… maar soms ook voor ritten van een uur (zonder bagage dan weliswaar J).  Als we vergelijken met onze uitgaven thuis op een maand, hebben we het gevoel dat we hier echt niet zoveel geld hebben uitgegeven…

4) We hebben ook genoten van het eten in Sri Lanka.  Uiteraard was rijst een vaak aanwezig ingrediënt, maar toch hebben we erg afwisselend gegeten.  De aanbevolen typische Sri Lankaanse ‘curry’ blijkt een gerecht met 101 variaties te zijn, waardoor het niet ging vervelen om dit te eten.  Daarnaast zijn er superveel varianten van de rotti, die ons ook elke keer weer smaakten.  De kotthu ontdekten wij pas de laatste dagen in Sigirya… maar die bestelden we dan wel twee dagen op rij J.  En daarnaast zijn er zeker ook plekjes geweest waar we eens een pasta of frietjes konden bestellen… en zelfs dan kozen Lias en Roan soms eerder voor rijst J.  We hebben dus elke dag lekker – en vaak erg goedkoop – gegeten.  

5) Misschien was het toevallig zo omdat het toerisme in Sri Lanka nog niet terug op volle toeren draait, maar wij konden bij elke accommodatie meteen inchecken bij aankomst… zelfs als die aankomst al om 9u ’s morgens was.  Dit klinkt misschien niet zo belangrijk, maar wij vonden het heel praktisch om onze rugzakken meteen op de kamer te kunnen plaatsen, ons even op te frissen en dan op verkenning te kunnen gaan.  

Tenslotte… reizen met kinderen van 4 en 5 bleek voor Sri Lanka eigenlijk ideaal te zijn.  Ze kunnen uiteraard niet alles – de 4000 trappen naar de top van Adam’s Peak lieten we bijvoorbeeld aan ons voorbijgaan – maar er is heel wat dat ze wél al zelf kunnen wandelen en kunnen doen.  Bovendien was de toegang bij nationale parken, culturele sites, … telkens gratis voor hen, wat uiteraard telkens ook weer wat scheelde in de totale som die we in Sri Lanka hebben uitgegeven.  We nemen alleszins met spijt afscheid van Sri Lanka… en hopen dat Thailand ons even goed zal bevallen de komende weken J

Rotsen en cultuur… en rotsen met cultuur

We komen stilaan aan het einde van onze rondreis in Sri Lanka… en dat betekende nog een dosis cultuur, want dat was na stranden, nationale parken, theeplantages en natuur het element dat we nog niet echt verkend hadden.  Intussen hebben we echter drie plaatsen die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan kunnen afvinken… en dat op drie dagen tijd! J

 In feite hadden we zelfs kunnen gaan voor vier Werelderfgoedplaatsen op vier dagen tijd, aangezien we in Kandy waren en de ‘Temple of the Tooth’ ook op deze lijst staat, maar onze dag in Kandy hebben we anders ingevuld… tot grote vreugde van Lias en Roan.  Per toeval kwamen we immers terecht bij een splinternieuwe indoor speeltuin, waar ze zich ettelijke uren hebben uitgeleefd.  Na ook nog een buitenspeeltuin hebben we in Kandy toch een klein beetje cultuur opgedaan bij de Kandy Lake Club, waar traditionele dansen van de regio worden opgevoerd.  We reserveerden onze tickets enigszins aarzelend, omdat we geen idee hadden of zo’n voorstelling een goed idee zou zijn met twee kleuters.  We lazen dat er heel wat verschillende kostuums, maskers, drums en zelfs vuur gebruikt zouden worden en hoopten dus dat onze jongens dat alles voldoende interessant zouden vinden om een uur te blijven zitten en kijken… maar overtuigd waren we toch niet helemaal op voorhand.  Onze ‘angst’ bleek ongegrond: vooral Roan was van begin tot eind volledig gefascineerd door alles wat er op het podium te zien was.  Toen op het einde er ook nog over hete kolen gelopen werd met vuurfakkels heeft hij beslist dat hij later toch geen tuktukchauffeur, maar een ‘vuurdanser’ wil worden: die kleine dingen maken het zo leuk om met kinderen te reizen! 

De ‘Temple of the Tooth’ kunnen we dus niet afvinken in ons Werelderfgoedlijstje, maar Dambulla, Sigirya en Pollonaruwa wél.  Alledrie de plaatsen verdienen hun Unescotitel wel.  De grottempels van Dambulla bezochten we als eerste.  Behalve veel trappen waren we niet helemaal voorbereid op de hitte van de ondergrond… en dat terwijl we wél sokjes bij hebben voor tempelbezoeken, aangezien de schoenen altijd uit moeten en de ondergrond wel eens heet kon zijn.  Alleen hadden we bij een grottempel niet meteen een hete ondergrond verwacht!  Lesje geleerd alleszins… bij elk tempelbezoek gaan de komende weken de sokjes mee J.  De naast mekaar gelegen tempels in vijf grotten met in totaal meer dan 150 Boeddhabeelden waren alleszins de moeite om te bezoeken… al maakten Sigirya en Pollonaruwa toch meer indruk.  

De Leeuwenrots ‘Sigirya’ moet zowat het meest bekende beeld van Sri Lanka zijn.  Voor een mooi uitzicht op deze rots moet je de andere rots, Pidurangula (1 km verderop), beklimmen.  Pidurangula is een echte ‘klimrots’, perfect dus voor onze twee kleine klauteraars: ze hebben de hele weg naar de top geen minuut gezeurd over het wandelen, omdat het een redelijk avontuurlijk pad was.  Bij de echte Leeuwenrots is dat wel anders: daar komen meer dan 1200 trappen aan te pas… en dat is veel minder naar de zin van onze twee jongens.  Aangezien eigenlijk alleen ik (Ilse) écht geïnteresseerd was in het zien van de ruïnes bovenop de Leeuwenrots ben ik ’s morgensvroeg alleen op pad gegaan, terwijl Patrick en de jongens nog wat in bed bleven liggen, rustig gingen ontbijten en dan samen het zwembad inplonsten.  Dit bleek verre van een slechte aanpak te zijn: Patrick en de jongens genoten van hun rustige ochtend… en ik genoot van elke minuut op en rond de Leeuwenrots, waarbij er nog niet al te veel volk aanwezig was.  De tips van Lonely Planet blijken nog altijd juist te zijn: vroeg vertrekken om de hitte en de mensenmassa te vermijden… Bij het terugwandelen naar ons hotel – Royal Rock Hotel: een absolute aanrader voor wie ooit naar Sri Lanka zou willen gaan – kwam ik bus na bus tegen en zag ik dat de trappen naar de top van de Leeuwenrots behoorlijk overbevolkt aan het geraken waren.  Wat was ik op dat moment blij dat ik m’n wekker die ochtend gezet had om in alle rust te kunnen genieten van zowel de wandeling als het uitzicht bovenop de rots. 

Omdat we niet in Pollonaruwa overnachtten en dus niet voor een ‘vroege start’ konden gaan, wisten we dat we daar waarschijnlijk wél omringd zouden worden door andere toeristen… en dat was ook zo!  Gelukkig liggen de ruïnes van deze oude hoofdstad over een zekere oppervlakte verspreid, waardoor de vele bezoekers zich toch enigszins verspreidden.  Behalve heel wat ruïnes waren er veel aapjes te zien – het had wat van de Jungle Book scène met koning Lowietje – en… heel wat verkopers van prullaria.  Het was de eerste keer dat we dit echt tegenkwamen en Sri Lanka… en wat ons betreft had het niet echt gemoeten, om de zoveel meter aangesproken worden om een ketting, boeddhabeeldje, ‘magic box’ of iets anders te kopen. Wat we wel kochten waren twee ijsjes, omdat Lias en Roan zich – op 10 minuutjes na – voorbeeldig gedragen hebben in zowel het museum als op de site van Pollonaruwa.  

Behalve van cultuur hebben we in en rond Sigirya ook genoten van de natuur.  Een mooi meer op wandelafstand van Royal Rock Hotel, de wandeling naar de top van Pidurangula, de rijstvelden die ons hier omringen en een last minute besliste safarinamiddag in Hurulu Eco Park, waarbij we op een drietal uur zo’n 60 à 70 olifanten zagen, zorgden ook hier voor een echt natuurgevoel.  Daarnaast stapten we in de buurt van Sigirya op een kar getrokken door twee stieren, vaarden we in een kano en zagen we hoe op traditionele wijze gekookt werd, inclusief het ‘pellen’ van de rijst tijdens een ‘traditional village tour’. Ergens hadden we gelezen dat zo’n ‘village tour’ in Sigirya niet mocht ontbreken tijdens een bezoek aan deze regio, maar wij vonden het een tikje te commercieel, en hebben veel meer genoten van de ‘village tour’ die we aan het begin van onze reis in Unawatuna deden, omdat deze veel authentieker was.  Niet alles kan even goed meevallen zeker… al blijft deze hele reis een hele leuke en onvergetelijke onderneming!   

Het groene binnenland

Na 3 weken rondreizen in Sri Lanka durven we echt wel stellen dat het écht vlot gaat om met twee kleuters op rondreis te gaan.  De maanden voor ons vertrek kregen we erg uiteenlopende reacties, gaande van ‘geweldig’ en ‘wat een ervaring zal dat zijn’ over ‘de kinderen zullen zich hier toch niets van herinneren’ en ‘dat is toch onverantwoord met zo’n kleine kinderen’.  Uiteraard is niet elk moment de afgelopen drie weken ‘perfect’ geweest: ook hier maken Lias en Roan wel eens ruzie (al is het volgens mij wel minder dan thuis) en uiteraard zeuren ze wel eens als we aan het wandelen zijn, maar het tijdsverschil, het eten, het verhuizen naar een nieuwe kamer om de zoveel dagen, het transport met trein, bus, taxi of tuktuk, het aanpassen aan de gewoontes hier (zoals het uitdoen van schoenen als je ergens binnengaat of stil zijn als je een tempel bezoekt)… dat alles gaat ongelooflijk vlot!  We zijn er zelf ook wél van overtuigd dat ze zich een aantal dingen zullen zeker zullen blijven herinneren, afgaand op de kleine details van intussen 3 weken geleden waar ze plots over kunnen beginnen.  Het zou ons dus heel erg verbazen als ze de hoogtepunten van de reis compleet vergeten zouden zijn over een aantal jaar.  

Toegegeven… rondreizen met twee kleuters is anders dan rondreizen met z’n tweeën zoals we in het verleden deden.  Late avondjes uit met lekkere cocktails worden nu vervangen door een avondje op het terras van de accommodatie (meestal zonder cocktail helaas J… voordeel daarvan is wel dat de meeste foto’s en filmpjes meteen deftig in mapjes geraken).  We hebben ook meer bagage bij… en moeten uiteraard onze ogen constant op onze jongens houden, waardoor het soms iets minder evident is om op een uitzichtpunt met diepe afgrond een half uur of langer te gaan zitten en volkomen zorgeloos te genieten (want uiteraard willen die twee kleine ontdekkers liefst van alles de de rand van die afgronden verkennen).  Verder ligt ons reistempo zeker en vast lager dan toen we met z’n tweeën reisden, omdat we nu wat meer tijd willen inbouwen om te spelen, even te rusten, … Om die reden hebben we voor 12 weken ook ‘maar’ twee landen ingepland, en we merken dus dat dit voorlopig erg goed werkt.  We nemen daarnaast ook beduidend vaker een tuktuk om ergens te geraken, waar we in het verleden quasi altijd gewoon overal naartoe wandelden.  We zouden zelfs nooit een seconde hebben nagedacht over het inkorten van een wandeling die in Lonely Planet als de moeite wordt beschreven… terwijl we nu een Facebooktip gevolgd hebben om met tuktuk driver Janaka een verkorte route te nemen naar Ella Rock – volgens de info die we vonden een behoorlijk pittige wandeling, en met twee dagen later een wandeling van 10 km met vertrek om 5u ’s morgens in de planning leek het ons beter om Ella Rock wat in te korten.  In plaats van 2 à 3 uur stevig klimmen wandelden wij nu een uurtje over vrij vlak terrein… en het uitzicht was uiteraard even mooi J  Door met Janaka een dag op pad te gaan, kwamen we wel bij een supermooie waterval in de jungle terecht, waar quasi nooit toeristen komen omdat ze te ‘verstopt’ ligt… wat voor ons dus een fijne namiddag met z’n vieren – en Janaka – was!  

Qua wandelen kan uiteraard niet elke wandeling ingekort worden (en dat zouden we ook niet willen)… en dus moet er toch regelmatig gestapt worden, zeker in de omgeving van Ella en Nuwara Eliya.  We werken voor wandelingen van >5 km meestal met ‘motiverende extraatjes’ (of ‘omkoping’… het is maar hoe je het wil noemen) J  Afhankelijk van waar we zijn, kunnen ze – als ze flink wandelen zonder te zeuren – een ijsje/milkshake, een zwempartijtje in een zwembad in de buurt of een beetje extra tijd op de tablet voor het slapengaan verdienen… en dat werkt wonderwel!  De wandelingen naar Little Adam’s Peak (een kleine bergtop in Ella, vanaf de accommodatie een 7tal kilometer), Nine Arch Bridge (een treinbrug met 9 bogen over de theevelden) en Horton’s Plains (net geen 10 km, met vertrek om 5u ’s morgens) hebben onze jongens flink gestapt… rekening houdend met hun leeftijden: ons wandeltempo hebben we een beetje moeten aanpassen (maar dat leek ons logisch al voor vertrek J).  De afgelopen dagen hebben we alleszins volop kunnen genieten van het mooie groene binnenland van Sri Lanka, met groene theeplantages (en een bezoek aan twee theefabrieken), mooie watervallen (om te bekijken en om te zwemmen) en wandelroutes die schitterende uitzichten opleverden.  

We lazen en hoorden al een aantal keren dat het bergdorpje Ella een erg leuke plaats is om te verblijven.  Lias vond het al meteen geweldig dat we op een plek waren met dezelfde naam als z’n favoriete nichtje… en wij deelden z’n enthousiasme over Ella: een heerlijk stadje met een gezellige sfeer en veel leuke dingen om te doen in de omgeving.  Bovendien verbleven we in een erg leuke homestay met een superlieve eigenares… die ook nog eens superlekkere ‘banana pancakes’ klaarmaakte ’s morgens.  Voor wie Sri Lanka overweegt als reisbestemming voor de toekomst: Tunnel Gap Homestay is een topadresje in Ella (vonden wij J).   

Intussen hebben we er ook de ‘wereldberoemde’ treinrit tussen Kandy en Ella opzitten.  Deze treinrit was de belangrijkste reden dat we onze rondreis in het zuiden begonnen, om dan via de nationale parken naar Haputale/Ella te gaan en dan verder naar het noorden… de ‘omgekeerde route’ dus!  Omdat de treinrit Kandy-Ella ra-zend-populair is, zijn de kaartjes vaak erg lang op voorhand uitverkocht… maar voor de omgekeerde route – van Ella naar Kandy – konden we ’s morgens gewoon nog tickets (wel enkel nog in derde klasse… maar dat is prima) kopen en rustig genieten van de uitzichten die inderdaad de moeite waren.  We kozen er ook voor om de treinreis van 6 uur te onderbreken met een tussenstop van 2 dagen in Nuwara Eliya (waar we bij The Paul Wood Cabana opnieuw op een eenvoudige, niet al te dure, maar erg gezellige accommodatie terecht zijn gekomen).  Onze volgende halte wordt Kandy: een drukke stad… en dus veel minder waar wij van houden.  Voorlopig hebben we voor het eerst voorlopig maar 1 nachtje gereserveerd, maar wie weet bevalt het ons er toch wel… en verlengen we er net als bij Tunnel Gap Homestay ons verblijf :-).  

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag