Voor ons vertrek sprak het noorden van Thailand ons op basis van foto’s en info die we tegenkwamen meteen erg aan. We planden dan ook bijna twee weken voor deze regio… en kregen allesbehalve spijt! Voor onze verkenning van het noorden kozen we voor ‘slechts’ twee plaatsen als uitvalsbasis, nl Pai en Chiang Mai. Om het reistempo niet té hoog te leggen en echt te kunnen genieten van wat Pai en Chiang Mai te bieden hebben, schrapten we Chiang Rai – met z’n prachtige witte tempel – van het reislijstje…. Dat deed eventjes pijn (vooral bij Ilse ;-)), maar het gaf ons de kans om rustig de andere twee plekken te ontdekken.
Pai is het dorpje dat we na 762 bochten per minivan bereikten. Het is een dorpje dat enorm populair is bij backpackers. We zagen er effectief maar heel weinig gezinnen met kinderen, zeker in vergelijking met Chiang Mai. Mogelijk ziet niet iedereen het zitten de bochtenbaan af te leggen met jonge kinderen, maar Lias en Roan hebben het grootste gedeelte van de rit geslapen… en dus nergens last van gehad. We vonden Pai alleszins ook voor jonge kinderen een erg leuke plek. In Pai kan je als backpacker voor relatief weinig geld een dagtour langs de highlights in de omgeving doen, maar het programma leek ons wat te overbeladen om met Lias en Roan te doen, dus besloten we om al deze plekken verspreid over drie dagen – en dus op eigen tempo – te bezoeken. Zo lieten we ons één dag afzetten bij Pai Canyon, ergens in de voormiddag in plaats van voor zonsondergang, waardoor we de canyon niet moesten delen met al de dagtours die hier hun tour eindigen, maar in alle rust konden genieten van onze wandeling hier. We huurden ook opnieuw een taxi voor een dag, en bezochten zo de Sai Ngam Hotsprings, Tham Lod Cave en Bamboebrug. Het bleken drie goed uitgekozen hoogtepunten rondom Pai, en die dag maakte duidelijk dat we er goed aan hadden gedaan om niet nog méér in dag te plannen, want dat zou een gehaast zijn geweest, waar we nu elke plek echt rustig konden bezoeken. De Sai Ngam Hotsprings was een heerlijke start van onze daguitstap: baden in een natuurlijke warmwaterbron omringd door jungle… en nog lekker rustig toen we er arriveerden… absoluut zalig om op deze manier de dag te starten. Op een uur rijden van de Sai Ngam Hotsprings kwamen we bij de Tham Lod Cave, een grot die enkel met gids bezocht kan worden en waarbij drie verschillende delen van de grot bezocht worden. Lias en Roan vonden het superspannend, want ze waren nog nooit eerder in een grot geweest… en het bleek dan ook nog een behoorlijk spectaculair grotbezoek te zijn: zo is er geen ‘verlicht pad’, maar gaat een gids mee met een lantaarn, kan de tweede grot enkel verkend worden met een bamboevlot… en troffen we in de derde grot honderden vleermuizen én duizend jaar oude doodskisten aan. Absoluut de rit van een uur waard alleszins! Laatste halte van onze dagtrip was een bezoek aan de Boon Ko Ku So brug, een 850m lange bamboebrug over de rijstvelden. Aangezien dit het droge seizoen in Thailand is – en rijst véél water nodig heeft om te groeien – was de rijst uiteraard allang geoogst, maar de bamboebrug was evenzeer een erg leuke plek om te bezoeken, zeker omdat we er waren op het moment dat de zon stilaan begon te zakken en de lucht dus heel mooi kleurde. Aangezien de chauffeur van onze daguitstap ons erg goed bevallen was, gingen we tijdens onze laatste dag in Pai nog een halve dag met hem op stap, waarbij we de Mo Paeng waterval, een boerderijtje en de Witte Boeddha die uitkijkt over Pai bezochten. Voor het allereerst beoordeelden we een waterval als te koud om in te zwemmen… maar misschien was dit enigszins te verwachten, aangezien Pai hoog in de bergen gelegen is :-). Naast de uitstappen hebben we in Pai elke dag even de fiets genomen om naar een speeltuintje te fietsen dat een gezellig terrasje met goed zicht op de speeltuin had: iedereen gelukkig dus (nogmaals met dank aan Digitalnomadmom Silvana voor deze fijne tip op haar blog)! Waar we in Pai ook allemaal gelukkig van werden, was de ‘walking street’ die er elke avond te vinden is, eigenlijk een soort avondmarkt met heel wat eetkraampjes. Lias en Roan worden bij het horen van het woord ‘avondmarkt’ intussen instant enthousiast, omdat ze weten dat er altijd wel ergens een kraampje met lekkere pannenkoeken of wafels te vinden is… en wij houden enorm van de gezelligheid van zo’n avondmarkt. In Pai hebben we dus geen enkel restaurant bezocht ’s avonds, maar hebben we elke avond genoten van de typische ‘streetfood’ van Thailand.
Terug in Chiang Mai hebben we ook één avond de restaurants vermeden ten gunste van de kraampjes met streetfood, en dat was op de imméns grote ‘Sunday walking street’, waarbij een héél groot gedeelte van het centrum verkeersvrij wordt gemaakt en gevuld wordt met allerlei kraampjes met kleding, (handgemaakte) souvenirs, eten en drinken. De ‘Sunday walking street’ was de perfecte afsluiter van een dagje in het 3D Art Museum en de speeltuin in het openbare park als ‘rustdag’ tussen een tweedaagse tour en een daguitstap. Het 3D Art Museum was waarschijnlijk leuker dan het klinkt, omdat het weinig weg heeft van een klassiek museum. Het is weliswaar ook een gebouw vol schilderijen, maar dan enorm groot, indrukwekkend knap geschilderd en met 3D-effect, waardoor je er erg leuke foto’s kan maken met jezelf als ‘onderdeel’ van het schilderij. Alleszins een leuke activiteit voor een paar uurtjes… en niet te ver van de speeltuin waar we bij ons eerste bezoek aan Chiang Mai al eens even vertoefden tussen de tempelbezoeken door.
Wat we zelf als de twee hoogtepunten van ons verblijf in het noorden beschouwen waren de twee uitstappen die we deden met Daro Tours: een tweedaagse tour naar het (geboorte)dorp van Daro, en een daguitstap naar Doi Inthaon. We hebben vrij lang het idee gehad om een tweedaagse jungle trekking te doen met Lias en Roan, maar wilden wel een privétour reserveren om een groeps niet telkens op te houden door het wandeltempo van de jongens, dat uiteraard meestal lager ligt dan dat van volwassenen… enerzijds door hun kortere beentjes, maar anderzijds ook doordat ze bij 101 dingen die ze tegenkomen verwonderd blijven stilstaan, alles in detail bekijken en allerlei vragen stellen :-). Op zoek naar een privétrekking contacteerden we drie bedrijven waarover we positieve dingen gehoord of gelezen hadden, en uiteindelijk bood Daro Tours een programma aan dat zelfs veel beter in mekaar stak dan we zelf hadden kunnen bedenken. Het werd uiteindelijk geen echte jungle trekking, maar wel een tweedaagse tour vol afwisseling met een overnachting in het dorp van eigenaar Daro, helemaal weg van het toerisme. Dit bezoek gaf écht een beeld van het leven in een Karen-dorp, waarbij helemaal niets in scène gezet werd omdat wij op bezoek waren. Het leven van alledag was gewoon z’n gang aan het gaan toen wij met Daro een wandeling door het dorp maakten en zagen hoe met bladeren een dak wordt gemaakt of hoe met de hand tassen en kleding geweven worden. Dat de dorpelingen erg creatief omgaan met de natuur rondom hen, bewees Daro continu… tot grote vreugde van Lias en Roan: hij knutselde o.a. een ‘helikoptertje’ van blaadjes en een ‘geweertje’ dat echt knalde van bamboe. Helemaal onder de indruk waren we van de ‘jungle cooking’, waarbij op een vuurtje in het bos met bamboe gekookt werd: rijst en noedels werden in grote bamboestengels gekookt, kippenboutjes werden gespietst op bamboestaven en gegrild boven het vuur, een groentepakketje werd gestoomd in een ‘bamboebootje’, van bananenbladeren werd een ‘picknickdeken’ gemaakt en uit bamboe werden lepels en drinkbekers gesneden. We hebben hier écht met verbazing toegekeken… en waren helemaal onder de indruk toen bleek dat de maaltijd ook nog eens erg lekker was! Tijdens deze ‘jungle bamboe picknick’ waren een paar familieleden van Daro meegekomen, aangezien het zaterdag was… en zo’n jungle bamboe picknick dus absoluut een gezellige aangelegenheid is. Voor Lias en Roan maakte dat het extra leuk, omdat er ook twee neefjes van Daro mee kwamen eten… en spelen uiteraard. Erg leuk om te zien hoe kinderen eigenijk echt geen taal nodig hebben om samen ontzettend fijn te spelen! Behalve bij de ‘jungle picknick’ kwamen we de avond van aankomst heel wat dorpelingen tegen bij de inzegening van een nieuw huis. Zie het een beetje als een housewarming party, maar dan met véél meer mensen (want zowat het hele dorp was uitgenodigd… en zelfs wij waren heel erg welkom). Bijzonder om een keertje mee te maken! Die eerste avond werd meteen duidelijk dat dit dorpje de niet-toeristische versie van een Karen-dorp is, want Lias en Roan hadden met hun blondje hoofdjes énorm veel toeschouwers… en waren absoluut de meest gefotografeerde personen van de avond. Tijdens onze nacht in het dorp verbleven we in een traditioneel huisje van klei bij Daro’s ouders, die een aantal dieren (kippen, varkens en buffels) houden. Meehelpen bij het voederen van de dieren ’s avonds en ’s morgens was voor Lias en Roan ook weer een fijne ervaring. Behalve het bezoek aan het dorp stonden tijdens de rit naar en terug van het dorp vier activiteiten op het programma: een niet-toeristische ‘sticky waterfall’ beklimmen (nog een keertje dus na de Bua Thong waterval… maar het blijft leuk), even ontspannen in een heerlijk warme hotspring, kort de benen strekken in een nationaal park en even wandelen doorheen de Chiang Dao grot, dit keer een grot die wél verlicht was om de vele Boeddhabeelden in de grot goed te belichten. Het is duidelijk vermoed ik: we hebben enorm genoten van ons tweedaags alternatief voor een jungle trekking.
Omdat we dus nog geen echte jungle trekking gedaan hadden, én omdat we de tweedaagse uitstap met Daro en z’n oom Jacky zo fijn hadden gevonden, reserveerden we voor onze laatste dag in Chiang Mai nog een daguitstap met hen: Doi Inthanon en een bezoek aan de olifanten van een Karen gezin in de buurt van Doi Inthanon. We hadden sowieso de bedoeling om met een taxi naar Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand, te gaan, en op de Facebook pagina ‘Tips Thailand NL’ had ik al gelezen dat Daro Tours deze daguitstap ook aanbood, eventueel in combinatie met een olifantenbezoek dus. Wat die olifanten betreft, hebben we echt énorm getwijfeld! Rond Chiang Mai zijn er immers onbeschrijflijk veel ‘elephant sanctuaries’ waar olifanten worden opgevangen die in het verleden werden gebruikt om te werken of op te rijden… alleen zijn niét al deze ‘elephant sanctuaries’ effectief zo diervriendeiljk als ze doen uitschijnen en vaak voornamelijk gericht op geld verdienen… ten koste van het welzijn van de dieren. Uiteraard wilden we zo’n ‘opvangplaats’ niet financieel ondersteunen. Heel wat foto’s, verhalen en reportages van National Geographic hadden er al voor vertrek voor gezorgd dat we erg kritisch stonden ten opzicht van een bezoek aan een ‘elephant sanctuary’. Enkele ‘sanctuaries’ staan wél echt bekend als ‘erg goed voor de dieren’, maar dat aantal is beperkt, waardoor deze plaasten dan weer erg druk bezocht zijn… en ook dat sprak ons niet meteen aan Uiteindeijk hadden we eigenlijk beslist om dan maar geen ‘sanctuary’ te bezoeken… Tijdens onze tweedaagse tour met Jackie en Daro kwam echter toevallig het onderwerp olifanten ter sprake, en zij vertelden dat zeker niet alle Thaise olifanteigenaars gericht zijn op geld verdienen. Bij de Karen stammen – waartoe dus zowel Daro als Jackie behoren – werden olifanten bijvoorbeeld jarenlang gebruikt als werkdier, tot dit een aantal jaren geleden verboden werd door de regering. Voor heel wat Karen families waren hun werkolifanten deel van de familie… meer dan enkel een werkdier dus… eigenlijk een uit de kluiten gewassen huisdier J. Nadat olifanten niet meer gebruikt mochten worden al werkdier, wilden heel wat families hun dier niet zomaar verkopen (om bijvoorbeeld te worden ingezet als rijdier voor toeristen). Omdat een olifant wel wat eet op een dag (zo’n 200 kg per dag hoorden we al tijdens onze safari in Sri Lanka), gingen een aantal families op zoek naar een alternatief om het nodige voedsel voor hun olifant(en) te kunnen kopen. Dat alternatief hebben ze kunnen vinden in het toerisme, zonder dat de olifanten er last van ondervinden zoals bvb bij het berijden. Als toeristen kregen we een lading graan en bananen die we aan de olifanten mochten geven en volgden we de mahouts en de olifanten voor een korte wandeling naar het bos, waar ze nog wat bladeren en takken als dessert konden verorberen. Deze olifanten maken dus geen deel uit van een ‘sanctuary’ dat gericht is op geld verdienen, maar van een familie die hun olifanten hoopt te kunnen houden en goed te kunnen blijven verzorgen in de toekomst. De omgang van de mahouts – die echt met deze olifanten waren opgegroeid – met de dieren maakte ook duidelijk dat hier geen geldgewin achter zat: de olifanten mochten echt gewoon doen waar ze zin in hadden en de mahouts volgden hen, af en toe corrigerend met stem en lichaamstaal… zonder dat stokken of ‘bull hooks’ aan te pas kwamen. De olifanten moesten tijdens ons bezoek alleszins niéts doen waartoe ze gedwongen werden of wat niet tot hun dagdagelijkse activiteiten behoort: ze kregen enkel eten (want uiteraard kunnen deze olifanten nooit meer overleven in het wild) en gingen op wandel, zoals ook gebeurt wanneer er géén toeristen op bezoek zijn (wat voor deze olifanten voor het merendeel van de dag zo is, aangezien dit geen typisch bekende plaats vlakbij Chiang Mai was). Het werd alleszins een olifantenontmoeting waaraan wij een heel goed gevoel overhouden, en Lias en Roan – hoe jong ze ook nog zijn – een levenslange herinnering! Behalve de olifanten bezochten we die dag dus Doi Inthanon, de hoogste berg van Thailand, omringd door groene jungle! Hier kregen we dus alsnog de kans om een (kortere) jungle trekking van 2 uur te doen langs één van de paden in het park, onder begeleiding van een (verplicht) lokale gids. Doordat we zowel Doi Inthanon als de olifanten wilden bezoeken, en omdat Doi Inthanon op zo’n 100 km van Chiang Mai ligt, werd het een dag met een vroege start en laat dageinde, maar…. het was absoluut de moeite: wandelen door de jungle met een lokale gids, met z’n vieren op het hoogste punt van Thailand staan, de twee mooie pagoda’s ter ere van de vorige koning en koningin bovenop de berg bezoeken en olifanten graan en bananen geven… het was zeker en vast een mooie afsluiter van ons verblijf in Noord-Thailand.
En dan nu… op naar het zuiden voor het laatste gedeelte van onze reis: nog drie weken om te genieten van de vele mooie plaatsen die we tegenkomen en activiteiten die we samen kunnen doen. Wat zeker op het programma staat: genieten van water en zand op de eilanden en een overnachting op het meer van Khao Sok NP. Nog voldoende om naar uit te kijken dus 😉