Groene theevelden & prachtige uitzichten in Haputale

We hebben er inmiddels ruim twee weken Sri Lanka opzitten… en blijven superenthousiast over dit land vol afwisseling!  Na de stranden en safari’s in Udawalawe en Yala NP zijn we verder het binnenland ingetrokken, waar de prachtige natuur ons opnieuw versteld doet staan.  

Verder blijven we ons verbazen over de prijzen van het openbaar vervoer hier: met vier personen voor minder dan een euro op de bus en de trein… we weten intussen dat dat geen vergissing van de kaartjesverkoper is J.  Bus- en treinritten kunnen echt wel een belevenis op zich zijn: tijdens onze laatste treinrit kwamen we in de goederenwagon en conducteurscabine terecht… en op de bus kwamen de kindjes op weg naar school op onze schoot zitten om een zitplekje te hebben (nadat we aangegeven hadden dat dat OK was uiteraard). Hoewel de trein en bus dus spotgoedkoop en regelmatig een avontuur op zich zijn, hebben we tot hiertoe toch ook al een aantal keer gebruik gemaakt van een taxi om op onze volgende bestemming te geraken: om 3 overstappen met grote rugzakken, twee kleine kinderen in overvolle bussen te vermijden betalen we met veel plezier 25 euro voor een taxirit van 2.5 uur… enorm veel in vergelijking met het openbaar vervoer, maar naar onze normen zeker en vast niet overdreven… en het maakt het gewoon wat gemakkelijker met twee kinderen erbij.  Bovendien verliezen we zo minder tijd met verplaatsingen en hebben we dus wat meer tijd om alles ter plekke te ontdekken!  

De laatste plek die we zo ontdekt hebben is Haputale… met dank aan Tom voor de tip!  We vonden Haputale enorm mooi met de omringende theeplantages, uitzichtpunten en watervallen.  Dit is een regio die je best te voet ontdekt… en dat hebben we dus ook voor een groot gedeelte gedaan.  Om aan de Diyaluma waterval – de tweede hoogste waterval van Sri Lanka – te geraken hebben we wel even een tuktuk ingeschakeld, want dat was toch wel een rit van een uur.  Om de waterval zelf te bereiken hebben we wel onze wandelschoenen aangedaan… om ze bij aankomst meteen uit te doen en het water in te plonsen!  De wandelschoenen werden in Haputale ook nog bovengehaald voor een wandeling doorheen een jungleachtig bos en over de treinsporen naar het volgende treinstation… waar we dan de trein terug hebben genomen naar Haputale.  Wandelen over de treinsporen is hier echt helemaal normaal en veilig: de treinen rijden beduidend trager dan bij ons, en hoor je van ver aankomen!  Het is iets dat we in onze volgende halte Ella normaal nog eens zullen herhalen om de Nine Arch Bridge te zien.  De mooiste activiteit in Haputale vonden we de wandeling vanaf Lipton’s Seat – waar Thomas Lipton ooit uitkeek over de enorme theeplantages waarvan hij eigenaar was – naar de Dambatenne Tea Factory.  Om te beginnen was het uitzicht vanaf Lipton’s Seat waanzinnig: je kan echt alle kanten opkijken op een heldere dag… en we waren dus blij zo’n heldere dag te treffen.  Vanaf Lipton’s Seat is er een wandeling van 7 à 8 kilometer langs en door de theeplantages en lokale dorpjes.  Tijdens die wandeling werd het nog een keer duidelijk hoe gemakkelijk je in contact komt met de lokale bevolking met twee kleine jongens aan je hand.  We passeerden immers een groepje vrouwen die op het punt stond te beginnen met hun werk in de theevelden…. De jongens – en wij dus ook – werden uitgenodigd om even mee te helpen thee plukken, iets waarop ze enthousiast ingingen.  Lias en Roan vonden het zeker en vast leuk om mee in de theevelden te helpen… maar de vrouwen die hen meegenomen hadden vonden het minstens even leuk om twee kleine helpertjes naast zich te hebben staan (of die indruk hadden wij toch! J  Bij aankomst aan de Dambatenne Tea Factory wilde vooral Lias eens gaan kijken bij de machines in die grote fabriek.  Enigszins aarzelend zijn we hierop ingegaan: de machines bekijken gaat immers enkel tijdens een begeleid bezoek… waarbij er dus geluisterd moet worden (naar een taal die zij niet kennen)… zonder dat er in het wilde weg rondgelopen mag worden.  De tour bleek echter niet overdreven lang te duren… en zeker Lias was echt geïnteresseerd in hoe alles werkte om van die geplukte theeblaadjes echte theezakjes te maken: na elk stukje dat uitgelegd werd kwam hij vragen wat die meneer verteld had in het Engels.  

Een supermooi plekje in Haputale waar we ook via onze jongens terecht kwamen en dat we iedereen die in Haputale komt zouden aanraden was het Golden Hill Tea Center, een oude theeplantage die omgetoverd werd tot een supergezellig en mooi restaurant.  Omdat Lias jarig was, waren we op zoek gegaan naar een plaats waar ijsjes verkocht werden.  Bij het Olive View Point stonden grote uithangborden met ‘ice cream’ op, maar helaas was de ijsmachine net stuk.  De eigenaar wist ons echter te vertellen dat hij nog een andere zaak uitbaatte, 2 km verderop en dus net buiten het centrum, en dat er daar wél ijs te verkrijgen was.  Behalve een rit met z’n auto tot het Golden Hill Tea Center en terug kregen Lias en Roan ook een gratis ijsje… voor de ‘birthday boy’.  Lias z’n verjaardag werd ook nog gevierd met een taart in White Monkey Dias Rest waar we verbleven.  Zoon des huizes Viraj had daarvoor gezorgd… en er stond zelfs een kaarsje op om uit te blazen: Lias z’n gezichtje glunderde even hard als tijdens de feestjes die er al geweest waren voor ons vertrek!  Een groot verjaardagscadeau zat er op reis voor Lias niet echt in (wegens goed gevulde rugzakken), maar hij kreeg wel een klein spelletje cadeau… en was ook daar gewoon superblij mee!  Het valt ons hier – veel meer dan thuis – op met hoe weinig ze enorm fijn kunnen spelen: een leeg colaflesje wordt bij een waterval een walvis, een blokje op de tafel van het restaurant wordt een ramp voor de miniautootjes die we hebben meegenomen van thuis, met een gevonden knikker, wasspeld, halve kokosnoot en wat houtstokjes wordt een ware knikkerbaan gebouwd, de kleine graafmachientjes die we voor vertrek in de Action kochten hebben al uren ‘gewerkt’ op het strand, in het gras, aan het treinstation, bij verschillende accommodaties, ….  Ik denk dat we wat minder gaan investeren in speelgoed voor thuis en wat meer in reizen, want onze jongens genieten er net als wij echt wel van! J

Een beetje Afrika in Sri Lanka

Eén van de redenen om Sri Lanka als reisbestemming te kiezen, waren de vele nationale parken met allerlei dieren het land rijk is.  We hebben het ‘Afrikgevoel’ dus bewust een beetje opgezocht.  In eerste instantie hebben we ook Afrika zelf als bestemming overwogen, maar omdat Lias en Roan nog niet mee zouden mogen op safariritten en -wandelingen in veel nationale parken –  en omdat Afrika toch een aanzienlijk duurdere bestemming is – hebben we die reis nog eventjes uitgesteld (maar we zijn er wel helemaal van overtuigd dat ze er in de – hopelijk niet al te verre – toekomst van zal komen ;-)). 

Voorlopig slagen we er hier in om – ook last-minute – erg fijne accommodaties te vinden.  Zo kwamen we in Ratnapura terecht voor ons bezoek aan Udawalawe NP: voor 20 euro per nacht overnachtten we hier in een eenvoudige, maar ruime en propere gezinskamer… inclusief ontbijt… en gratis gastvrijheid!  Op onze vraag of er in de buurt een riviertje of iets dergelijks was om even te gaan spelen met de jongens, werden we met de tuktuk meteen naar een leuke plek gebracht… en werden er zelfs chipszakjes voor de jongens bovengehaald.  Lias en Roan hebben zich klauterend over de rotsen in het water helemaal kunnen uitleven die namiddag.  De hopen speelgoed die ze thuis hebben lijken ze geen moment te missen.  Uiteraard hebben we wel wat speelgoed meegenomen, maar dat is héél beperkt… en toch weten ze zich enorm goed bezig te houden met alles wat ze rondom zich zien: elke nieuwe accommodatie lijkt voor hen telkens weer een hele ontdekkingstocht te zijn… de kamers zelf, de slakjes/hagedisjes/steentjes in de tuin, de katten/honden van de eigenaars, …. Op inpakmomenten zijn we wel blij dat we de tablets hebben meegenomen: op die manier wordt niet alles wat ingepakt wordt weer meteen uitgeladen ;-). Het in- en uitpakken gaat elke keer enorm vlot trouwens: de Ikea packing cubes zijn echt superpraktisch.  Hopelijk houden ze het de volledige 12 weken vol ;-). 

Vanuit onze last-minute-vastgelegde accommodatie in Ratnapura bracht een vroege ochtendrit ons naar Udawalawe NP.  Om 6u reden we door de toegangspoort… en 5 minuten later maakte Udawalawe z’n reputatie als olifantenpark al meteen waar: een eerste olifant begroette ons vriendelijk vanuit de struiken.  Doorheen de dag volgden nog heel wat andere olifanten, waaronder 5 kleintjes.  Het jongste olifantjes dat we zagen was volgens onze chauffeur maar een 3tal weken oud.  Omdat onze jeep voornamelijk over de kleinere, moeilijkere berijdbare weggetjes reed konden we in alle rust (lees: niet samen met tientallen andere jeeps) genieten van deze mastodonten.  Behalve olifanten kregen we everzwijnen, watervogels, jakhalzen en (ontelbaar veel) pauwen en andere vogels te zien tijdens onze eerste safari.  OK… Afrika biedt uiteraard meer verscheidenheid, maar dat wisten we, en qua uitzichten kon dit park zeker tippen aan de Afrikaanse parken die we eerder bezochten: zo hebben we in het park ontbeten aan een prachtig meer, en lunchten we in de jeep op een uitzichtspunt waar allerhande vogels rondvlogen en enkele jakhalzen rondliepen.  

Ook in Yala National Park hadden we een boeiende dag met Bhagya.  Hij baat Yala Avian Eye Safari Lodge uit: een kleinschalige homestay met twee kamers… waar we dus met z’n vieren de enige gasten waren.  Bhagya heeft een leuke jeep met open dak en trok er een volledige dag met ons op uit.  Hij bezoekt het populairste – en dus uiteraard drukste – nationale park van Sri Lanka vanuit de noordelijke i.p.v. de zuidelijke ingang, waardoor je nauweljiks andere jeeps tegenkomt.  In het hele park zijn er per dag een 500tal jeeps aan het rondrijden… waarvan wij er slechts 3 tegenkwamen gedurende de hele dag.  Vanuit eerdere safari’s in Afrika wisten we dat we niet houden van een massa jeeps die allemaal rond een bepaald dier het beste plekje proberen te bemachtigen.  Het was dus een heel bewuste keuze om met Bhagya het noorden van het park te bezoekn.  We wisten dat daardoor de kans om een luipaard te zien kleiner was (zo’n 50 procent kans in het noorden, tegen 90 in het zuiden).  We kregen uiteindelijk (toch een beetje helaas) ook geen luipaard te zien, maar wel zowat alle andere dieren die er in het park te zien zijn.  Lias en Roan bleken het meest gefascineerd door de grote leguanen.  Voor het eerst in hun leven hebben ze ons om een huisdier gevraagd.  Guess which one?! J  Behalve bij de leguanen keken ze enorm hun ogen uit toen de jeep zichzelf vastreed in de modder en er zichzelf met een katrol aan een boom terug uit moest trekken. 

Onze derde accommodatie van de afgelopen week was The Kingdom Eco Lodge, volgens meerdere mensen op de Facebookpagina ‘Sri Lanka Backpackers NL’ een must-stay in Sri Lanka… en we kunnen het er alleen maar mee eens zijn.  Het zal wellicht onze eenvoudigste accommodatie van de hele rondreis zijn, maar wat was deze lodge op een prachtige locatie gelegen.  Het enorme meer, de douche in openlucht en de tent die op het terras werd opgezet voor de jongens, zodat ze in een soort ‘boomhut’ sliepen, vonden we echt super… hoe eenvoudig het allemaal ook was!  Het leukst aan dit verblijf waren de activiteiten die mee inbegrepen waren bij een verblijf van twee nachten: een off-road-safari, waarbij we een kudde olifanten zo dicht naderden dat het mannetje duidelijk liet verstaan dat de jeep niet dichter meer mocht komen, een wandeling doorheen de boerderij waarbij we op zoek gingen naar ingrediënten voor het avondeten en de jongens twee mangoboompjes mochten planten, een kanotocht bij zonsopgang, een traditionele vispartij voor de jongens, een kookworkshop en bijhorende heerlijke maaltijden.  Voor iedereen die Sri Lanka wil bezoeken is deze superbasic accommodatie in de middle of nowhere echt een aanrader: wij hebben er alleszins enorm van genoten.  Eigenaar Dimantha is bovendien ook weer een superfijne man… net zoals we eigenlijk quasi iedereen in Sri Lanka ervaren: we kunnen ons alleszins geen enkel ander land dat we bezochten herinneren waar iedereen zo oprecht behulpzaam en vriendelijk is!  We hebben na 2 weken in Sri Lanka alleszins absoluut geen spijt van onze keuze om naar Sri Lanka te reizen.  

Holiday vibes

Met vier stranddagen in Unawatuna en Polhena Matara – met bijhorende strandbarretjes, cocktails en biertjes – hebben we momenteel eerder een vakantie- dan een reisgevoel… maar ook dat is een fijn gevoel om te hebben J.  We hadden voor de kust van Sri Lanka maar een viertal dagen voorzien, enerzijds omdat we meestal niet zo ‘beach-minded’ zijn, anderzijds omdat we sowieso eindigen met heel wat stranddagen op de Thaise eilanden.  En toch… hebben we nu ergens spijt dat we de stranden al achter ons laten om het binnenland in te trekken, want er waren ongetwijfeld nog heel wat andere mooie plekjes dan degenen die wij nu bezocht hebben.  Maar… het binnenland biedt ongetwijfeld ook veel moois, want eigenlijk hebben we op voorhand vooral naar dat gedeelte van de reis in Sri Lanka uitgekeken.  Het is dus eigenlijk gewoon mooi meegenomen dat ook de stranden ons zo bevallen zijn. 

Vooral de kleine strandjes in de buurt van Polhena (in de buurt van Matara) zijn absoluut idyllisch (denk kleine inhammen, zandstrand, palmbomen, strandbarretjes, …).  We namen vanuit Unawatuna de trein om hier te geraken, en dat ging opvallend vlot!  Onze accommodatie hebben we op de trein nog geboekt… en die bleek helemaal ideaal voor twee gezellige dagen aan het strand. We hadden eigenlijk de bedoeling om naar Dickwella te reizen, maar kregen een tip van ‘digitalnomadmom’ Silvana omtrent Polhena Matara.  Aangezien Silvana een jaar met haar gezin in Azië heeft rondgereisd en ik héél wat bruikbare tips – ook omtrent bagage – van haar blog heb benut, leek het me zinvol om deze tip ook ter harte te nemen… en spijt hebben we daar absoluut niet van gehad!  In Lonely Planet – zowat mijn favoriete reisvoorbereidende lectuur – stond over deze plek nauwelijks iets, wat misschien verklaart waarom het hier zo aangenaam is: er heerst hier een heel gezellige, relaxte sfeer… zonder de drukte van de bekendere badplaatsen als Mirissa en Hikkaduwe.  Lias en Roan hebben zich twee dagen enorm geamuseerd op de stranden – met boom om af te springen, zand en ondiep water, voor het eerst snorkelend, krabjes zoekend tussen de rotsen en op het strand… en last minute hebben we in ondiep water zelfs nog reuzegrote schildpadden gezien  – en in het zwembad van Beach Inn waar we logeerden.  Voor wie in de toekomst Sri Lanka op z’n reislijstje zet… Polhena Beach én www.digitalnomadmom.nl zijn aanraders! J

Unawatuna – onze tweede bestemming – bereikten we na een taxi-, bus- en tuktukrit vanuit Gampaha (ging vlotter dan het hier nu misschien leest J).  Vooral Roan vond de naam van deze strandplaats geweldig om te zeggen… dus we hebben die twee dagen regelmatig gehoord waar we op dat moment verbleven ;-).                                                                                            Het hoogtepunt van ons verblijf in Unawatuna vonden we de tour met een dorpsbewoner in een klein houtsnijwerkdorpje.  We kregen een demonstratie van Amila – die duidelijk erg vaardig is in het uitsnijden van houten olifantjes – en mochten daarna met zijn tante – die minstens evenveel vaardigheid heeft in het beschilderen van deze olifantjes – elk zo’n olifantje schilderen.  Voor de jongens was dit absoluut dolle pret.  Iedereen die Roan zo’n beetje kent weet dat hij méér dan alleen dat olifantje beschilderd zou hebben aan het einde van de schilderwerken.  Om die reden zijn we preventief tewerk gegaan en hebben we voor de start van het schilderen de shorts en t-shirts maar even uitgedaan… en dat bleek de juiste keuze, want Roan zat letterlijk van z’n neus tot z’n knieën onder de verfstrepen, maar hij werd meteen liefdevol in het lokale ‘bad’ – buiten tussen de bomen met emmers water – gestoken.  Tijdens de wandeling doorheen het dorpje viel ons behalve de vaardigheid van al deze houtsnijwerkers de authenticiteit en de afwezigheid van opdringerigheid op: tijdens eerdere ‘dorpstours’ bij de Himba’s en Masai in Afrika stoorden we ons beiden heel erg aan het feit dat het allemaal als een opgevoerd nummertje voelde. Bovendien werd er toen echt wel aangedrongen op het aankopen van lokaal gemaakte spulletjes.  Dit was tijdens de tour met Amila echter helemaal niet het geval, waardoor we een heel fijne voormiddag hadden.  Lunchen mochten we bij een familie in het dorp, waar we genoten van een uitmuntende curry… en waar vooral Lias onder de indruk was van het weinige speelgoed dat het kindje van het gezin had.  We hebben intussen dus ook meteen vier olifanten als souvenir, wat erg leuk is, maar niet praktisch in rugzakken die al behoorlijk goed gevuld zijn… maar Lias en Roan zijn zo enorm blij met hun olifantjes dat ze er zelfs ’s nachts mee slapen… dus we nemen ze maar mee naar huis J

We hadden Unawatuna vooral als uitvalsbasis voor een bezoekje aan Galle gekozen, een stadje dat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed staat en dat ‘de parel van het zuiden’ wordt genoemd.  Misschien waren onze verwachtingen daardoor te hooggespannen, maar helemaal onder de indruk waren we niet.  Galle heeft absoluut een prachtige ligging, een mooie vuur- en kloktoren, en de zonsondergang vanop de stadsmuren was zeker en vast de moeite, maar toch heeft het onze verwachtingen niet helemaal ingelost.  Spijt van ons verblijf in Unawatuna hebben we echter niet, aangezien we er een leuke strandnamiddag en interessante dorpstour hebben beleefd.  Unawatuna zal echter ook voor altijd verbonden blijven met het tragische nieuws dat Patrick vanop de werkvloer kreeg : zijn directe ploegmaat Marc, met wie hij al heel wat jaren graag samenwerkt, is overleden tijdens een ongeval op de werf waar Patrick tot aan ons vertrek zelf ook aan het werk was.  Zo’n bericht leg je uiteraard niet zomaar even naast je neer… Uiteraard zetten we onze reis verder, maar met Marc – en zeker ook Kim en z’n vier jongens – heel vaak in onze gedachten.  

Rustige start

Intussen is het vijf dagen geleden dat we ons gezinsavontuur zijn gestart! We hebben hier lang naar uitgekeken, heel wat gelezen en opgezocht, afgewogen wat we wel en niet zouden meenemen op reis om op een haalbare manier met Lias en Roan te kunnen rondreizen… en afgeteld naar 11 januari 2020. Uiteindelijk zijn we op pad met twee trekrugzakken, een dagrugzak en cameratas, en hebben Lias en Roan elk een rugzakje met speelgoed bij. Die rugzakjes bleken al meteen een goed idee, want ze mochten uiteraard als handbagage mee op het vliegtuig. Natuurlijk viel de touchscreen TV met filmpjes en spelletjes à volonté in de smaak, maar ook de kleine autootjes en vliegtuigjes (dank je wel, Action), de Jaq Jaq Bird krijtboekjes die al regelmatig ergens mee naartoe gingen en nieuwe waterboekjes van meetje Bieke zorgden voor meer dan voldoende bezigheid in het vliegtuig. Tijdens de 6 uur durende tussenstop op Doha International Airport werden onze gezelschapsspelletjes-in-koekendoosjes (Jungle Speed Junior, Uno Junior, Dobble Kids, Beverbende en Vlotte Geesten Junior) allemaal bovengehaald, en waren er verder roltrappen en -banden om op en neer en heen en weer mee te gaan: absoluut topentertainment voor een 4- en bijna 6-jarige! Doha International Airport heeft trouwens gewoon twee leuke speelhoeken, en ook daar hebben Lias en Roan volop geklommen en gespeeld. We zien de tussenstop van 8 uur over twaalf weken dus zitten :-). Inmiddels hebben we er drie dagen in Resort Like No Other in Gampaha opzitten. Het bleek een goede keuze om hier – een eerder afgelegen accommodatie met een zwembad – onze reis te starten, om te vermijden dat we (lees: Ilse) meteen volop dingen zouden willen gaan bezichtigen (het was ook wel Ilse die dit besefte en daarom deze accommodatie heeft gereserveerd :-)). Op deze manier hebben de jongens even kunnen wennen aan het tijdsverschil… en zijn wij wat kunnen bekomen van de nachtvlucht. Het is echt even ‘tot rust komen’ geweest… en dat heeft deugd gedaan. We waren de enige gasten in de accommodatie, en hadden dus het zwembad drie dagen voor ons alleen… net zoals de vier bijzonder fijne personeelsleden die er alles aan deden om ons en onze jongens te entertainen (zelfs de tuin sproeien werd uiteindelijk een spelletje met de waterslang met Lias en Roan). Bij de accommodatie keken Lias en Roan helemaal hun ogen uit toen de tuinman een palmboom inklom om met een machete kokosnoten af te hakken… en nadien hebben ze supertrots mee die kokosnoten helpen wegdragen :-). Nog meer onder de indruk waren ze van hun eerste ritje in een tuktuk naar de botanische tuin van Gampaha. Ook voor ons toch weer even wennen om dat chaotische verkeer te ervaren… en dat in een open tuktuk zonder gordels. Het is even wat voor ons vertrouwd is loslaten, maar dat wisten we uiteraard… al was het tijdens dat eerste ritje toch even mekaar aankijken en denken dat we dit thuis nooit zouden doen (maar net dat maakt dat reizen zo boeiend is ;-)). Op de terugrit ging het trouwens al veel beter met mekaar aankijken en denken van :-). Behalve van de enorme hoeveelheid tuktuks in alle kleuren waren Lias en Roan onder de indruk van de ‘oude’ huizen en auto’s hier: ze lijken hier in praktijk meteen heel goed te begrijpen dat niet iedereen het even goed heeft als zij in België… en dat vinden we zeker geen onbelangrijke levensles. Intussen hebben we Resort Like No Other achter ons gelaten en zijn we met de highway bus richting zuiden getrokken. Per tuktuk – jawel, opnieuw… en ditmaal met 2 grote trekrugzakken als bagage, wat iets van een puzzel heeft in zo’n tuktuk – zijn we van de bushalte bij onze accommodatie in Unawatuna gebracht. Dit is eigenlijk een strandplaatsje… dus hebben we vandaag genoten van zon, zee en zand. De siliconen (opvouwbare!) emmertjes en schopje van Scrunch die we last minute nog hebben gekocht, en de kleine graafmachientjes die we een tijdje geleden tegenkwamen in de Action blijken – in combinatie met de golven van de zee – genoeg om ruim 3 uur strandtijd te vullen. Voor Lias en Roan had het zelfs nog langer mogen duren… maar uiteraard is er ook zoiets als slaaptijd op een keer 🙂 Voor morgenvoormiddag hebben we een bezoek aan een houtsnijdorpje gepland, en bezoeken we UNESCOwerelderfgoed in Galle. Nadien trekken we verder… al weten we nog niet precies naar waar.

Family J. on holiday

Bijna twee jaar geleden kregen we – na het zien van de reisfoto’s van Sanne, Eli en de kinderen – het idee om er met onze jongens een tijdje op uit te trekken. Patrick en ik hebben altijd al een gedeelde passie voor (ver) reizen gehad. Sinds Lias en Roan in onze levens zijn gekomen, hebben we het backpacken en ‘avontuurlijk reizen’ even gelaten voor wat het was en bleven we in Europa tijdens vakantieperiodes. Uiteraard hebben we van deze trips genoten, maar… het kriebelde bij ons toch ook enorm om met de jongens eens verder weg te gaan: het boeiendst aan reizen is voor ons immers het ervaren van andere culturen en het ontdekken van de ongerepte en uitgestrekte natuur aan de andere kant van de wereld. Het verzamelen van materiële zaken hebben we altijd minder belangrijk gevonden dan het opdoen van ervaringen. Wellicht daarom spreekt de spreuk ‘Collect moments, not things’ me enorm aan… We hopen de eerste maanden van 2020 heel wat onvergetelijke momenten te verzamelen in Sri Lanka en Thailand, en kijken er enorm naar uit om Lias en Roan voor het eerst te laten proeven van een reis naar een ander werelddeel, met een andere cultuur en gewoontes… en een prachtige natuur. De afgelopen maanden zijn we druk bezig geweest met voorbereiden: een route per land uitstippelen, enkele accommodaties en tussenvluchten alvast reserveren, praktische zaken als paspoorten/visum/vaccinaties in orde brengen en – zeker niet onbelangrijk met een vier- en vijfjarige reiziger – compact kinder-entertainment uitzoeken! De hele voorbereiding was al een klein avontuur, maar we zijn er stilaan klaar voor… en hebben er enorm veel zin in: family J. is going on holiday!

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag